Nieuwsbericht
Den Haag – Vrouwelijke monteurs en vrachtwagenchauffeurs verdienen in Nederland nog steeds minder dan mannen met dezelfde functie. In metaal- en technische bedrijfstakken is de loonkloof 4 procent, het hoogst van alle sectoren. Tegelijkertijd blijft de top van Nederlandse bedrijven een mannenbolwerk: 56 procent van de besturen heeft geen enkele vrouw, blijkt uit de Monitor Genderbalans van de Sociaal-Economische Raad (SER). Nederland scoort daarmee onderaan in Europa. Een nieuwe Europese wet moet daar volgend jaar verandering in brengen.
“We lopen echt achter”, zegt Myrthe Bovendeaard, expert gendergelijkheid bij Oxfam Novib. Zij werkte eerder in het Europees Parlement aan beleid voor gelijke behandeling. “Gelukkig komt er verandering aan.” Volgend jaar treedt een Europese richtlijn over loontransparantie in werking. Bedrijven worden dan verplicht om duidelijk te maken wat werknemers verdienen. “Als je ziet dat een collega met dezelfde functie meer verdient, kun je dat aankaarten”, legt Bovendeaard uit. “Kan een werkgever dat niet objectief verklaren, dan kun je een rechtszaak beginnen wegens loondiscriminatie.” Toch is er volgens haar meer nodig. “We moeten ook kijken naar zorgtaken. In Nederland werken de meeste moeders parttime, omdat kinderopvang te duur is. Daardoor missen vrouwen promotiekansen en bouwen ze minder pensioen op.”
Uit onderzoek van Oxfam Novib blijkt dat 60 procent van de Nederlanders ongelijke behandeling niet als een serieus probleem ziet. Een kwart van de mannen denkt zelfs dat er helemaal geen ongelijkheid meer is. “Mannen zien het gewoon minder, omdat ze er zelf geen last van hebben”, zegt Bovendeaard. “Via sociale media wordt jonge mannen voorgespiegeld dat zij de verliezers zijn en vrouwen juist alle kansen krijgen. Dat is een gevaarlijk denkbeeld.” Zij hoopt dat de nieuwe wet gaat helpen. “Iedereen heeft baat bij gendergelijkheid. Niet alleen vrouwen, maar ook mannen.”

Foto: Pexels
Achtergrondverhaal
‘Voor elke millimeter recht hebben we moeten strijden, letterlijk niks is vanzelf gekomen’: Suzanna Jansen over genderongelijkheid op de arbeidsmarkt
Door Femke Peters
De top van het Nederlandse bedrijfsleven blijft een mannenbolwerk. 56 procent van de besturen heeft geen enkele vrouw. Nederland scoort daarmee onderaan in Europa. Toch zijn er vrouwen die wél doorbreken in mannenberoepen, alleen gebeurt dat aan de basis, niet aan de top. Hoe kan dat? En wat moeten we doen om verandering te versnellen?
Neem de 20-jarige Mongia Nabli uit Oosterwolde. Zij rijdt dagelijks met een tankwagen vol diesel en benzine door heel Nederland. Waar veel leeftijdsgenoten nog studeren, werkt zij al twee jaar in een beroep dat nog altijd als typisch mannenwerk wordt gezien. Ze draait lange diensten van soms dertien uur, laadt en lost gevaarlijke stoffen en controleert elke leiding en afsluiting. Voor een vrouw is dat nog altijd niet vanzelfsprekend. De vrouwen die er zijn, verdienen vaak minder dan hun mannelijke collega’s. In mannenberoepen als chauffeur en monteur is de loonkloof het grootst.
Een historisch probleem
Dat het voor vrouwen moeilijk is om in mannenberoepen te komen, is geen toeval. Het is het resultaat van meer dan honderd jaar beleid en gewoontes, vertelt schrijfster en historica Suzanna Jansen. Zij onderzocht voor haar boek De omwenteling de positie van vrouwen in de twintigste eeuw. “In Nederland was het heel lang de gewoonte dat getrouwde vrouwen geen betaald werk deden”, zegt ze. “Ze werkten zich helemaal te pletter in het huishouden, maar verdienden er niets mee.” Vanaf ongeveer 1900 werd het door de industriële revolutie mogelijk dat gezinnen leefden van één inkomen. Dat werd het ideaalbeeld: de man ging de harde wereld in en verdiende het geld, de vrouw bleef veilig thuis voor de kinderen.
“Nederland heeft daar heel nadrukkelijk beleid op gemaakt”, vertelt Jansen. “Er waren wetten en koninklijke besluiten die getrouwde vrouwen verboden om bepaalde beroepen uit te oefenen. In beroepen waar het niet verboden was, nam geen fatsoenlijke werkgever een getrouwde vrouw aan. Want zij pikte de baan in van een kostwinner.”
Tot 1 januari 1957 waren getrouwde vrouwen zelfs handelingsonbekwaam. Ze hadden geen recht over hun eigen geld, hun eigen leven of hun eigen kinderen. “Als getrouwde vrouw werd er veel meer belasting geheven over je loon dan bij een man. Werken voor geld is heel lang voor vrouwen ingewikkeld gemaakt.” De NS nam rond 1920 geen vrouwelijk personeel meer aan. De bankensector introduceerde kantoormachines met als expliciet doel vrouwelijk personeel overbodig te maken. De PTT bepaalde dat niet meer dan één op de vijf werknemers vrouw mocht zijn. En rijks ambtenaressen die trouwden werden ontslagen, behalve de schoonmakers, want dat werk kon een man niet doen. “Later, toen vrouwen niet meer handelingsonbekwaam waren, was het nog steeds een schande om te werken”, zegt Jansen. “Alsof je man niet mans genoeg was om voor zijn gezin te zorgen.” Volgens Jansen is er niet één grote verandering geweest die het werken voor vrouwen makkelijker maakte. “Het is echt stap voor stap gegaan. De pil, het kiesrecht, het zijn allemaal voorbeelden. Voor elke millimeter recht en maatschappelijke ruimte is eindeloos gestreden. Helemaal niets is vanzelf gekomen.” Ze wijst erop dat Nederland helemaal niet zo progressief is als we soms denken. “Het verbod op werken voor getrouwde vrouwen is in landen om ons heen nooit geweest. In de jaren zestig en zeventig was het in België heel normaal dat een vrouw werkte. Hier in Nederland was dat een no-go.”
Het beloningsverschil van nu
Ook nu nog is er een groot beloningsverschil tussen mannen en vrouwen, zeker in mannenberoepen. Myrthe Bovendeaard, expert gendergelijkheid bij Oxfam Novib, legt uit waarom. Zij werkte eerder in het Europees Parlement en stapte over naar de ngo-sector om de stem van feministische groepen te verbinden met de politiek.
“Er zijn nog heel veel genderstereotyperingen”, zegt ze. “Als je denkt aan een vrachtwagenchauffeur of een bouwvakker, zie je meteen een man voor je. Dat beeld krijgen we al van kleins af aan. Jongens en meisjes worden daardoor gestuurd in hun beroepskeuze.” Maar het gaat niet alleen om beeldvorming. Er is ook gewoon loondiscriminatie, zegt Myrthe. “Mannen zijn vaak beter in het onderhandelen over hun salaris. Zij accepteren niet zomaar wat de werkgever biedt, maar zeggen: ik wil er een derde bij. Vrouwen doen dat minder. Die denken minder snel: ik ben meer geld waard.” Daarnaast speelt de verdeling van zorgtaken een grote rol. “Zodra mensen kinderen krijgen, gaat de vrouw vaak parttime werken. In Nederland hebben we de meeste parttime werkende moeders van heel Europa. Kinderopvang is hier ook ontzettend duur, één van de duurste van alle Europese landen. Het loont financieel gewoon niet om fulltime te werken en je kind naar de opvang te brengen.” En parttime werken heeft grote gevolgen. “Je mist promotiekansen, je bouwt minder pensioen op. En als je dan uiteindelijk met pensioen gaat, zie je een enorme kloof.”
De oplossing: loontransparantie
Myrthe Bovendeaard ziet gelukkig wel verbetering. Volgend jaar treedt een Europese richtlijn over loontransparantie in werking. “Bedrijven moeten dan inzichtelijk maken wat werknemers verdienen. Je kunt zien of een collega met dezelfde functie meer verdient. Als je eronder zit, kun je dat aankaarten. Als de werkgever dat niet objectief kan verklaren, kun je een rechtszaak beginnen wegens loondiscriminatie.” Ze benadrukt dat meer vrouwen in de top van bedrijven ook essentieel is. “Er is een wet die zegt dat een derde van de bestuurders vrouw moet zijn. Wat mij betreft mag het fifty-fifty zijn. Want representatie is belangrijk. Als je alleen maar mannen aan de top hebt, denken zij alleen vanuit hun perspectief. Vrouwen brengen andere beslissingen en denkbeelden mee. Dat zorgt voor betere keuzes.”
Gewoon doen
Het is niet altijd makkelijk voor Mongia Nabli als vrouwelijke chauffeur. Ze moet zich dagelijks staande houden in een wereld die nog steeds door mannen wordt gedomineerd. “Je moet wel stevig in je schoenen staan”, zegt ze. Soms moet ze een grapje incasseren of zich net iets meer bewijzen dan een mannelijke collega. Toch laat ze zich niet tegenhouden. Haar boodschap aan andere vrouwen: “Gewoon doen!” Historicus Suzanna Jansen relativeert dat optimisme. Zij ziet een historische trend: als er meer vrouwen in een mannenberoep komen, daalt de status van dat beroep. Dat gebeurde bij het onderwijs. Honderd jaar geleden was de bovenmeester een notabele, net als de dokter en de burgemeester. Nu is onderwijs een vrouwenberoep en is de status gedaald. Toch is Jansen voorzichtig optimistisch. Verandering gaat stap voor stap, maar niets is vanzelf gekomen. “Voor elke millimeter recht is eindeloos gestreden.” Myrthe Bovendeaard van Oxfam Novib vult aan: de oplossing ligt niet alleen bij vrouwen. “Uiteindelijk heeft iedereen baat bij gendergelijkheid. Niet alleen vrouwen, maar ook mannen.” En dat besef, zegt zij, is er nog te weinig.

Foto: Pexels
Persoonsgericht interview
‘Als vrouw op de vrachtwagen? Waarom niet!’ zegt Mongia Nabli
De 20-jarige Mongia Nabli uit Oosterwolde werkt als vrachtwagenchauffeuse bij Wenau Transport in Heerenveen. Waar veel leeftijdsgenoten nog studeren, rijdt zij dagelijks met een tankwagen vol gevaarlijke stoffen het hele land door. Haar liefde voor het vak begon al op jonge leeftijd, toen ze met haar vader meeging op de vrachtwagen. ‘Ik vond het altijd geweldig om de wereld door het raam van de cabine te zien en te voelen hoe het is om zelfstandig onderweg te zijn,’ vertelt ze. Nu vervoert ze zelf diesel en benzine en geniet ze van de vrijheid op de weg.
Hoe ben je precies is dit vak terechtgekomen?
‘Ik ben in dit vak terechtgekomen door mijn vader. Als klein meisje ging ik vaak mee als hij vrachtwagens bestuurde, en ik keek mijn ogen uit. Dat gevoel van onderweg zijn, nieuwe plekken ontdekken en tegelijk verantwoordelijk zijn voor het vervoer, vond ik vanaf het begin geweldig. Ook heb ik veel familie die in de transportsector werkt, daardoor wist ik al vroeg dat ik ook op de vrachtwagen wilde. Het voelde voor mij heel natuurlijk om later zelf achter het stuur te kruipen.’
Wat voor soort werk doe je precies als chauffeuse, en hoe ziet een gemiddelde werkdag eruit?
‘Ik rijd met een tankwagen en vervoer gevaarlijke stoffen, zoals diesel en benzine. Elke dag begin ik met het invoeren van mijn tachograafkaart. Die registreert al mijn rij- en rusttijden, zodat alles volgens de regels verloopt. Daarna ga ik laden of lossen. Soms doe ik dat zelf, soms helpt de klant. Vervolgens moet ik, als dat nodig is, de tank schoonmaken zodat er een ander product geladen kan worden. Veiligheid staat altijd voorop. Ik controleer elke leiding, afsluiting en klep zorgvuldig, want één fout kan grote gevolgen hebben. Als alles geladen is, rijd ik naar de bestemming. Daar zorg ik ervoor dat het lossen veilig gebeurt en controleer ik of alles goed is aangekomen. Daarna vul ik de registratie in via een app, en dan zit mijn werkdag erop. Ik draai ontzettend lange diensten van soms 13 uur per dag, en meestal rijd ik 5 dagen in de week, soms zelfs 6 dagen.’
Wat vind je het mooie aan je werk?
‘Het rijden zelf vind ik het allerleukste. Het gevoel van achter het stuur zitten en de vrijheid ervaren, dat vind ik bijzonder. Vooral het ontdekken van nieuwe plekken in Nederland vind ik fijn. Zelf heb ik nog geen behoefte om in het buitenland te rijden, omdat talen soms lastig zijn. Ik wil me eerst echt vertrouwd voelen met het rijden en alle procedures in Nederland beheersen. Ik doe veel peddelritten, zoals bijvoorbeeld laden in Amsterdam en lossen in Moerdijk, en dan meerdere keren heen en weer.’
Wat is het lastige of meest uitdagende aan je werk?
‘Het onderhoud van de vrachtwagen vind ik soms lastig, omdat ik nog niet alles zelfstandig kan doen. Gelukkig leer ik elke dag bij, door ervaring en door tips van collega’s. Het is belangrijk om te weten hoe alles werkt, want veiligheid staat altijd voorop. Het meest uitdagende vind ik het ADR-rijden. Dat betekent dat ik soms rijd met brandbare of gevaarlijke stoffen. Dan moet ik extra alert zijn en continu letten op de omgeving, de weg, de staat van de tankwagen en de regels. Eén moment van onoplettendheid kan gevolgen hebben, dus het is altijd scherp blijven.’
Hoe ervaar je het om als vrouw in een beroep te werken dat vooral door mannen wordt gedaan?
‘Zelf merk ik er eigenlijk niks van dat ik anders behandeld word. De klanten maken altijd een leuk praatje met me, en ik heb nog nooit iets negatiefs meegemaakt.
Toch blijft het een mannenwereld, dus je moet wel stevig in je schoenen staan. Soms moet je je een beetje aanpassen, maar dat hoort erbij. Mij helpt het om niet alles letterlijk te nemen en gewoon mijn werk te doen. Ik denk persoonlijk dat je echt voor jezelf moet opkomen en dat ook moet durven, want anders lopen de mannen over je heen. Dat heb ik in het begin zeker moeten leren. Wat ik ook heel belangrijk vind, is dat je tegen grapjes en geplaag kunt, want dat gebeurt veel.’
Heb je een eventuele boodschap voor vrouwen die twijfelen om dit werk te doen?
‘Ik vind dat vrouwen dit werk heel goed kunnen doen. Als vrouwen twijfelen, zeg ik altijd: gewoon doen! Er is heel veel keuze in de transportwereld. Niet al het werk is zwaar, dus je kunt iets kiezen wat bij je past. Verdiep je goed in de verschillende mogelijkheden, want het is echt een prachtig beroep. Ik hoop dat meer vrouwen zien dat dit werk niet alleen voor mannen is, maar voor iedereen die het aandurft en het leuk vindt om achter het stuur te zitten.’
Verantwoording