Zwolle- Mentale vermoeidheid, overvolle roosters en ontslagnemende collega’s. Voor zorgmedewerkers is dit al een aantal jaar de werkelijkheid. De aantrekkelijkheid van het werk in de zorg neemt af en dat is een probleem met de opkomende dubbele vergrijzing. De werkdruk ligt hoog door onder andere het personeelstekort. Met bezuinigingen en extra taken is overwerken voor zorgpersoneel de nieuwe norm.
Het landelijke uitstroomonderzoek wordt sinds 2019 uitgevoerd. Daaruit blijkt dat ieder jaar hetzelfde beeld naar voren komt. De problemen voor zorgmedewerkers liggen niet bij het werk zelf, maar bij de omstandigheden die de werknemer structureel tekortschieten. De grootste reden waardoor zorgmedewerkers stoppen blijft de hoge werkdruk. Andere oorzaken zijn dat de combinatie werk en privé problematisch is, het gebrek aan ontwikkelingsmogelijkheden en het loopbaan perspectief. Daarnaast hebben zorgmedewerkers last van een ongunstige organisatie van het werk, bij onderwerpen zoals aansturing, invloed en zeggenschap. Dezelfde oorzaken maken elk jaar een terugkeer, omdat de problemen niet worden opgelost.
Professor Dokter Christiaan Boerma heeft 25 jaar als Intensive Care Specialist gewerkt en is bijzonder hoogleraar Betekenisvolle Preventieve Zorg. Hij zegt dat mensen vroeger meer baat hadden bij werk in de zorg. “Vroeger kwamen mensen in tijden van economische achteruitgang naar de zorg toe voor een baan, omdat de zorg een hele betrouwbare werkgever is. Tegenwoordig stopt 40% van de verpleegkundige opleiding omdat het toch niet bij ze past.” Volgens Boerma is het belangrijk dat de overstap naar de zorg makkelijker moet worden gemaakt. “Als de uitstroom zo door blijft gaan gaat er niet alleen veel van de kwaliteit van de zorg verloren, maar krijg je ook een tweedeling in de zorg tussen rijke en arme mensen waarbij de arme mensen de zorg niet kunnen betalen.”
Gertrude Bakker werkt al 30 jaar als VIG’er, Verzorgende Individuele Gezondheidszorg, in de ouderenzorg. Ze werkt 20 uur per week op een somatische afdeling waar de bewoners lichamelijke beperkingen of beginnende dementie hebben. “Het werkplezier zit in het bieden van zorg, een luisterend oor en het ontvangen van fijne contactmomenten met een glimlach. Ook de fijne collega’s die in onze locatie zijn vind ik zeker waardevol.” Bakker geeft aan dat het Integraal Zorgakkoord van belang is voor de instelling. “Als daarvanuit wordt besloten te krimpen op personele bezetting gaan we dat merken op de werkvloer.” Een voorbeeld dat Bakker geeft is dat er diensten worden ingekort.
R. is 19 jaar en werkt ruim drie jaar als begeleider voor mensen met een matige tot ernstige verstandelijke beperking. Ze geeft aan dat er verschillende redenen zijn waardoor er een hoge werkdruk ontstaat. “Het personeelstekort is een groot probleem waardoor wij vaak boven ons contract worden ingedeeld. Er was een moment dat drie collega’s weggingen, mede door de werkdruk, en door bezuinigingen krijgen wij er extra taken erbij.” R. ervaart geen gebrek aan ruimte om haar werk op haar eigen manier uit te oefenen. “Ik werk op één groep alleen, dus dan heb ik geen meekijkende ogen. Op mijn tweede groep werk ik altijd samen met een collega waar ik goed mee kan. Om de periode kijkt er iemand mee tijdens een dienst en dan heb ik er wel last van, maar dat blijft.”
Professor Dokter Christiaan Boerma spreekt van een dubbele vergrijzing. Hij zegt dat er niet alleen meer oudere mensen zijn dan jongere mensen, de oudere mensen worden gemiddeld steeds ouder. “Zorg is niet iets wat los van de maatschappij staat. Je kan ziek worden omdat je pech hebt, maar ook omdat je door de maatschappij verleid wordt om de hele dag op je gat te zitten en eten we goedkoper ongezond voedsel. En we bezuinigen op de gymlessen van de basisschool. En daar ergens zit de sleutel.” Boerma geeft aan dat het ingewikkelde is dat preventie en welzijn van iedereen en van niemand is. “Mensen zeggen vaak dat het sociale domein wat aan de ongezonde maatschappij moet doen, maar we moeten juist als gehele maatschappij met alle generaties die draai gaan maken.”
R. heeft er last van dat ze door het ingeplande overwerken door personeelstekort te weinig tijd heeft voor haarzelf. “Ik werk op onregelmatige tijden en sinds een jaar ook tijdens nachtdiensten. Nu ben ik jong kan ik me redelijk flexibel aanpassen, maar ik mis de vrije tijd. Ook als ik in de weekenden moet werken en ik zie vriendinnen dat vriendinnen naar het terras gaan, soms heb je er maanden bijzitten dat ik maar één weekend mee kan. Op doordeweekse dagen als ik vrij ben moeten zij naar school of werken.”
Professor Dokter Christaan Boerma spreekt lovend over de verschillende akkoorden die helpend zijn voor de zorgmedewerkers. “We hebben het Integraal Zorgakkoord gehad en inmiddels hebben we de AZWA, het Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord, en daar staan hele goede plannen in. We weten gewoon wat we doen moeten. We moeten bijvoorbeeld de zorg minder duur maken en we moeten kijken wat er thuis mogelijk is. De grote vraag is dan: zijn we in staat om bij te sturen?” Boerma is erg optimistisch als we als maatschappij in staat zijn om stappen te zetten en denkt dat er iets goed van kan komen. “Maar dat betekent wel dat we met zorgorganisaties en andere instanties om de tafel moeten gaan zitten en bedenken wat we echt belangrijk vinden in de maatschappij. Het Zorgakkoord is ook niet iets uit den Haag maar van alle veldpartijen uit de zorg, die gerichte keuzes maken om de zorg beter te maken.”
Gertrude Bakker geeft aan dat ze het probleem van de druk op de zorg niet goed kan inschatten, maar wel serieus neemt. “Als de druk op de zorg toeneemt zal er meer ziekteverzuim zijn en dus een grotere druk op andere zorgmedewerkers veroorzaken. Ook de vergrijzing zal invloed hebben op de zorg, omdat er meer ouderen zijn die acute zorg nodig hebben. Dan komt er een probleem omdat er geen gekwalificeerde medewerkers zijn om deze zorg te geven, dus wordt de kwaliteit van de zorg minder.” Bakker geeft aan dat het voor de toekomst belangrijk is dat de druk minder wordt en het beroep aantrekkelijk blijft. “Uiteraard is de zorg een beroep met onregelmatige werktijden, wat van invloed kan zijn bij het zoeken naar collega’s. Ondertussen wordt er door inzet van technologie, denk aan zorg op afstand door beeldbellen, gewerkt aan andere vormen van zorg.”
Bij Gertrude Bakker wordt er op het werk op het moment actief ingezet op het netwerk van de bewoners, wat kunnen zij betekenen en zorgtechnologie. Op die manier kan de zorgmedewerker haar werk in de zorg doen. “Op onze locatie waren zorg assistentes. Zij brachten koffie, maaltijden, bewoners naar het restaurant brengen, afwassen bij bewoners. Die functie is vervallen. Nu moet mantelzorg afwassen, dat mogen wij niet doen. Maaltijden in nood mogen wij brengen anders ook familie of mantelzorg. De zorg van vroeger veranderd enorm. Als er nu niet op deze dingen wordt ingezet wordt het over een aantal jaren echt niet meer te doen.” ”