Al zestig jaar lang draait het leven van Klaas Zwaan (72) om voetbal. Of beter gezegd: om IJsselmeervogels. Wat begon als een jongen van vijf of zes die met zijn vader meeging naar het veld, groeide uit tot een levenslange verbondenheid met de club. “Sinds die tijd ben ik eigenlijk nooit meer weggegaan,” vertelt hij. “Je wordt hier rood of blauw geboren.” Voor Klaas was die keuze nooit echt een keuze. Zijn vader speelde bij de club, zijn broer was betrokken, en zo hoorde hij vanzelf bij de rode kant. “Ik ben al zestig jaar rood,” zegt hij. “En dat verandert niet.”
Rood of blauw
In Spakenburg is er geen middenweg. Je bent voor IJsselmeervogels of voor SV Spakenburg. Die scheidslijn loopt overal doorheen — door het dorp, door families, door het dagelijks leven.
Toch betekent die rivaliteit voor Klaas niet dat er sprake is van haat. “Je hebt geen haat richting de blauwe. Dat gaat te ver,” zegt hij. “Het is wat anders.”
Wat dat ‘anders’ precies is, wordt snel duidelijk. Want hoewel de clubs letterlijk naast elkaar liggen, voelt de afstand groot. “Maar ik ga niet naar Spakenburg toe,” zegt hij resoluut.
Het is geen woede, maar eerder afstand. “Je hebt er gewoon niks mee. Ik heb er niks mee, nee.” Die woorden zeggen misschien wel alles.
Dichtbij, maar toch ver weg
De rivaliteit wordt versterkt door hoe dichtbij alles zich afspeelt. “Je komt van de dijk en je gaat naar links of naar rechts,” zegt Klaas. Die paar honderd meter maakten vroeger al een wereld van verschil. Waar de clubs ooit aan weerszijden van de haven lagen, liggen de velden tegenwoordig vrijwel naast elkaar.
Juist dat maakt het bijzonder. In het dagelijks leven kom je elkaar overal tegen, maar op wedstrijddagen verandert dat. Dan is het niet zomaar voetbal — dan gaat het om winnen van de ander.
Zelf groeide Klaas vooral op tussen medesupporters van zijn eigen club. “Eigenlijk alleen maar IJsselmeervogels-mensen,” zegt hij. Toch ontkom je er nooit helemaal aan. “Ik had een oom die voor Spakenburg was. Dat ging wel goed hoor, maar hij was wel de enige.”
De derby als spanning
De derby tussen IJsselmeervogels en Spakenburg is voor Klaas nooit een gewone wedstrijd geweest. Het is iets waar spanning omheen hangt, iets wat meer losmaakt dan andere wedstrijden.
Maar die spanning is in de loop der jaren alleen maar toegenomen. “Het doet me soms gewoon te veel,” zegt hij eerlijk.
Sterker nog, zijn gevoel tegenover de derby is veranderd. “Voor mij hoeven ze hem niet te spelen eigenlijk,” zegt hij. Een opvallende uitspraak van iemand die al zestig jaar supporter is.
Hij gaat zelfs nog een stap verder. “Ik zou liever hebben dat ze een aparte afdeling hadden.”
Het laat zien hoe intens de rivaliteit kan zijn. Niet per se in boosheid, maar in gevoel. In spanning. In alles wat er omheen hangt.
Veranderingen door de jaren heen
Klaas maakte de club in al die jaren van dichtbij mee. Hij zag hoe het voetbal veranderde, maar ook hoe de beleving rondom de derby groeide.
“We hadden maar één veld,” herinnert hij zich. “Dat kon toen niet eens.”
Ook het jeugdvoetbal was anders. “Tegenwoordig beginnen kinderen al op hun vierde of vijfde, maar toen was dat pas rond je twaalfde of dertiende.”
De grootste verandering zit misschien wel in de drukte. “Er staan nu soms zeven- of achtduizend mensen. Het is veel te vol,” zegt hij.
Waar het vroeger overzichtelijk was, is het nu massaal. Intenser. En voor iemand als Klaas soms zelfs te veel.
Herinneringen die blijven
Na zestig jaar zijn het niet de exacte wedstrijden die het meest zijn blijven hangen. “Ik heb zoveel derby’s gezien dat ik niet eens meer precies weet welke,” zegt hij.
Toch zijn er momenten die eruit springen. Zoals een overwinning bij de rivaal. “Ik weet nog wel dat we een keer met 2-1 wonnen bij Spakenburg.”
Het zijn dat soort momenten die blijven. Niet alleen vanwege de winst, maar vooral vanwege tegen wie die werd geboekt.
Trouwe supporter
Voor Klaas is er nooit sprake geweest van twijfel. Overstappen naar de andere club is voor hem ondenkbaar. “Dat gebeurde meestal als er ruzie was binnen een club,” zegt hij.
Zelf bleef hij altijd trouw. “Je blijft toch betrokken.”
Zestig jaar later is IJsselmeervogels nog steeds een vast onderdeel van zijn leven. Niet alleen als club, maar als iets dat bij hem hoort.
Meer dan voetbal
Wat uiteindelijk duidelijk wordt, is dat het voor Klaas nooit alleen om voetbal is gegaan. Het gaat om gevoel, om herinneringen en om ergens bij horen.
In een dorp waar je rood of blauw bent, is dat geen keuze die je telkens opnieuw maakt. Die keuze ligt vast.
“Sinds ik er als kind kwam, ben ik nooit meer weggegaan,” zegt hij.
En misschien zegt dat alles. In Spakenburg kies je geen club — je groeit erin op. En als je eenmaal rood bent, blijf je dat.