Tussen beleid en stigma: de positie van sekswerkers in Nederland

Foto: sekswerkers Bron: Pexels

Foto: sekswerkers Bron: Pexels

Door: Annelin Slomp

NEDERLAND – Sekswerkers in Nederland ervaren belemmeringen bij het uitvoeren van hun werk door gemeentelijk beleid en maatschappelijke vooroordelen, ondanks dat het beroep legaal is. Zo lukt het niet altijd om een werkruimte te vinden of om een vergunning te krijgen.

Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel schrijft in een Kamerbrief van 13 mei 2026 dat sekswerkers hun werk veilig moeten kunnen uitvoeren, zonder stigma en met vergelijkbare rechten en plichten als andere beroepsgroepen. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan nieuwe wetgeving rond toezicht op seksbedrijven.

De uitvoering van dat beleid sluit volgens sommige sekswerkers niet altijd aan op de praktijk. Sm-meesteres Eve (44) probeert al langere tijd een eigen werkruimte te openen, maar loopt daarbij tegen verschillende obstakels aan. “Sekswerk is nooit ergens toegestaan, het is overal specifiek uitgesloten.”

Volgens haar zorgt dit ervoor dat sekswerkers in een kwetsbaardere positie terechtkomen, waardoor zij gevoeliger zijn voor uitbuiting. Ook het sociale stigma speelt volgens haar een rol: “Mensen hebben een bepaald onderbuikgevoel en nemen hun eigen seksuele normen en waarden mee in een discussie over rechtmatigheid en veiligheid van anderen. En dat hoort niet.”

Sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor het prostitutiebeleid. Daardoor verschillen de regels rond vergunningen en de mogelijkheden om als sekswerker zelfstandig te werken sterk per gemeente.

Foto: plek voor sekswerk
Bron: Annelin Slomp
Foto: plek voor sekswerk
Bron: Annelin Slomp

De obstakels waar sekswerkers tegenaan lopen, zijn onderdeel van een bredere discussie over wetgeving, toezicht en stigma rond sekswerk in Nederland.

De minimumleeftijd voor sekswerkers in Nederland is verhoogd naar 21 jaar en de regels rondom sekswerk verschillen per gemeente. Hierdoor bestaan er grote lokale beleidsverschillen. Sekswerkers ervaren daarnaast moeilijkheden bij het verkrijgen van financiële diensten zoals hypotheken en zakelijke rekeningen en worden geconfronteerd met een sociaal stigma. In een brief van 13 mei 2026 schrijft David van Weel, minister van Veiligheid en Justitie, dat sekswerkers hun werk moeten kunnen uitvoeren zonder stigma, met rechten en plichten die vergelijkbaar zijn met andere beroepsgroepen. Tegelijkertijd stelt historicus Marion Pluskota het volgende: “Sekswerk is historisch vooral een lokale aangelegenheid gebleven, waarbij de rol van de staat beperkt is geweest.”

Sekswerkers worden gedefinieerd als mensen die tegen betaling seksuele of intieme diensten aanbieden binnen een wettelijk erkend beroep in Nederland. Er bestaan verschillende vormen van sekswerk. Locatiegebonden sekswerk omvat onder andere raamsekswerk, bordelen, sekstheaters en erotische massagesalons. Niet-locatiegebonden sekswerk omvat escortbedrijven, sekswerk in hotels, straatsekswerk, thuiswerk en zelfstandige werkvormen waarbij sekswerkers een eigen ruimte huren, wat in de praktijk vaak lastig te realiseren is.

Esmeé van de Laar is bezig met het opzetten van haar eigen escortbedrijf en is opgegroeid in de sector. Zij geeft aan dat veranderingen in wetgeving het ondernemerschap complex maken: “Mijn moeder stopte ermee, waardoor er best veel dames achterbleven die geen goed nieuw bureau konden vinden. En toen had ik iets van dan ga ik mijn eigen bureau beginnen.” Zij ervaart vooral juridische onzekerheid: “Het is eigenlijk een grijs gebied, het is heel erg moeilijk om daar goed mee om te gaan.” Bij het starten van een escortbedrijf is een bedrijfspand vaak noodzakelijk om vergunningen aan te vragen. Wanneer een vergunning vervolgens wordt geweigerd, kunnen ondernemers al aanzienlijke kosten hebben gemaakt. Van de Laar omschrijft dit als “een kip en het ei verhaal.”

Daarnaast is een achtergrondonderzoek verplicht, waaronder een Bibob-onderzoek. “Als je hierdoorheen bent, dan moet je ook nog afwachten of de gemeente het oppakt of dat ze het naar het landelijk opsturen.” Het vergunningstraject kan zes maanden tot een jaar duren. Ook financiële dienstverlening vormt een drempel: “Bij ING doen ze niet zo moeilijk, maar bij de Rabobank wel. Je moet naar het kantoor toe met papierwerk en aantonen wie je bent en wat je doet.” Dit laat zien hoe sekswerkers niet alleen met regelgeving, maar ook met institutionele terughoudendheid te maken hebben, wat economische uitsluiting kan versterken.

Uit de Monitor seksuele gezondheid 2024 sekswerker blijkt dat het aantal legale, vergunde werkplekken sinds 2000 sterk is afgenomen. In 2014 was er sprake van een daling van 50%, en in 2020 zelfs van 66% tot 75%. De COVID-19-pandemie heeft deze ontwikkeling verder versterkt doordat sekswerkers soms gedwongen werden om zonder vergunning te werken, waardoor het zicht op hun werksituatie is verminderd. In het onderzoek deden 268 sekswerkers mee, waarvan 41% zelfstandige escort was. De meest genoemde reden om sekswerk te doen was het verdienen van voldoende inkomen zonder afhankelijkheid van anderen (56%). Daarnaast gaf 41% van de respondenten met hiv aan zich anders behandeld te voelen in de hiv-zorg vanwege hun werk als sekswerker.

Vergunningen voor seksbedrijven worden vaak gezien als schaarse vergunningen. Volgens het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) is een schaarse vergunning een vergunning waarvan slechts een beperkt aantal beschikbaar is. Dit versterkt de afhankelijkheid van gemeentelijk beleid en vergroot verschillen tussen regio’s.

In de brief van Van Weel staat dat de Kamer op korte termijn het wetsvoorstel Gemeentetoezicht seksbedrijven (Wgts) zal ontvangen. Dit voorstel regelt onder meer dat gemeenten gegevens van sekswerkers mogen verwerken voor toezicht op vergunningen en handhaving. Sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 zijn gemeenten verantwoordelijk voor prostitutiebeleid, wat leidt tot grote verschillen tussen gemeenten. Niklas Burger van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten stelt hierover: “Gemeenten hebben lokale autonomie en daarmee zelf beleidsvrijheid om sekswerk te reguleren op basis van de Gemeentewet. De verschillen tussen gemeenten kunnen hierdoor groot zijn.”

Van Weel benadrukt dat sekswerkers inspraak moeten hebben in beleidsvorming. Dit gebeurt in sommige gemeenten al via klankbordgroepen, consultaties en samenwerking met belangenorganisaties. Tegelijkertijd spelen politieke keuzes en bestuurlijke prioriteiten een belangrijke rol in de mate waarin dit daadwerkelijk gebeurt.

De historische context heeft volgens Marion Pluskota, universitair docent sociale en economische geschiedenis, nog altijd invloed op huidig beleid. Tijdens de regulationistische periode moesten sekswerkers zich registreren en medische controles ondergaan om te controleren op soa’s. Deze periode, die haar oorsprong vindt in wetgeving uit de tijd van Napoleon, introduceerde een vorm van administratieve controle en categorisering van sekswerkers. Volgens Pluskota is dit een systeem dat in Nederland in aangepaste vorm nog steeds zichtbaar is in het huidige beleid. “Volgens mij is dit de periode waarin wij ons in Nederland nog steeds bevinden.”

Uit onderzoek van Aidsfonds – Soa Aids Nederland en PROUD (2018) blijkt dat stigma een negatieve invloed heeft op de sociale positie van sekswerkers, waardoor zij kwetsbaarder worden voor geweld en uitbuiting. Van Weel stelt in zijn brief dat sekswerkers hun werk veilig moeten kunnen uitvoeren zonder stigma, met dezelfde rechten en plichten als andere beroepsgroepen. Volgens Pluskota heeft dit nog een historische component. “Historische context is zichtbaar dat sekswerkers zelf vaak uit beleidsdiscussies zijn weggelaten. Veel beleid is historisch gemaakt over sekswerkers, niet met sekswerkers.”

Van Weel geeft aan dat hij in de komende periode met betrokken partijen in gesprek gaat over de verdere versterking van de rechtspositie van sekswerkers. Het WODC start dit jaar met een evaluatie van de huidige aanpak, waarvan de resultaten in 2027 worden verwacht. Van de Laar heeft inmiddels een pand, ze heeft alleen nog een vergunning nodig: “Ik ben nu met spanning aan het afwachten.”

Achter de regels en discussies zit een realiteit die sekswerkers elke dag zelf ervaren in hun werk en mogelijkheden, zoals bij Eve.

Foto: Eve de Jong
Bron: Annelin Slomp

Sm-meesteres Eve: ‘’Sekswerk is nooit ergens toegestaan, het is overal specifiek uitgesloten’’  

*Eve is haar werknaam, niet haar echte naam.

Wanneer Eve (44) het restaurant binnenloopt, doet niets vermoeden dat ze sekswerker is. Toch merkt ze dagelijks hoe hardnekkig de vooroordelen over haar beroep zijn. Als sm-meesteres, trainer en consultant beweegt ze zich in een wereld waar stigma en misverstanden de boventoon voeren. Eve probeert dat beeld te doorbreken, zodat ze haar werk zonder vooroordelen kan doen, maar het beleid werkt haar tegen. De carrièreswitch van kantoorbaan naar sm-meesteres begon vijf jaar geleden bij een Instagram-DM.

‘’Voor 250 euro loop ik met mijn hakken over je rug heen.’’ Zo reageerde Eve op het Instagram berichtje van haar eerste klant. Hij vroeg haar om voor 100 euro over zijn handen te lopen, naar aanleiding van een foto die Eve had gepost met hoge hakken aan. In het begin twijfelde ze om op het bericht in te gaan: ‘’Ik was bang om iets kapot te maken bij iemand of om echt iemand pijn te doen en schade toe te brengen. Ik dacht dat ik mij schuldig zou voelen.’’

Ze werkte eerst in een Swingersclub (een plek waar volwassenen, vaak koppels sociaal en seksueel contact hebben), daar werd ze geïntroduceerd met BDSM (Bondage, Discipline, Dominantie, Submissie, Sadisme en Masochisme). ‘’Ik had altijd gedacht, dat als ik iets met BDSM ga doen, dan ga ik de onderdanige rol in, maar dat vond ik veel te kwetsbaar.’’ Bij SM (sadomasochisme) gaat het om een machtsverhouding, die je op verschillende manieren kunt invullen: ‘’Het kan in een rollenspel, het kan op mentaal vlak door iemand belachelijk te maken, en het kan bijvoorbeeld door het controleren van orgasmes’’. Haar klanten hebben uiteenlopende verlangens in dit speelveld, het is een commerciële setting, wat het lastig maakt om binnen haar grenzen te blijven. ‘’Ik kies zelf hoever ik bereid ben mijn grenzen te verleggen. Overheen is wel een heel groot woord. Ik heb flexibele grenzen die ik bereid ben om sporadisch te overschrijden als ik mijn inkomen moet genereren.’’

Eve worstelt met de vooroordelen van anderen, ook vanuit de overheid. De bank wil mij geen hypotheek geven, zowel zakelijk als privé niet.’’ Ze is ook vier jaar lang afgewezen voor haar zakelijke inboedelverzekering, ze kon haar computer en camera niet verzekeren. ‘’Uiteindelijk is het gelukt door niet te zeggen wat voor werk ik doe, dat vind ik belachelijk.’’

Ze is inmiddels al drie jaar bezig om haar eigen werklocatie te openen, ze wil niet ver reizen en veel geld betalen voor iemand anders zijn of haar plek. ‘’Ik wil gewoon één klant op een dag kunnen aannemen in plaats van drie.’’ Het lukt haar niet, ze heeft het in verschillende gemeenten geprobeerd. ‘’Sekswerk is nooit ergens toegestaan, het is overal specifiek uitgesloten.’’ Mensen maken ook bezwaar, waardoor het nog langer duurt. ‘’Mensen gaan naar de rechtbank, ik mag mijn werk dan niet uitoefenen.’’ Er moet daarna nog een vergunning worden aangevraagd voor een seksinrichting, ze gaan haar financiën van de afgelopen vijf jaar doorspitten. ‘’Dit proces kan wel drie tot vier jaar duren, ik heb geen zakgeld om de bank zolang te betalen. Er is 95 procent kans dat het antwoord nee is, dan heb ik het voor niks gedaan.’’ Door al deze dingen kan ze haar werk nauwelijks doen en overweegt ze om te stoppen. Ook over sociale media ervaart ze frustraties. ‘’Ik mag niet op LinkedIn en ik mag het woord seks niet gebruiken op Instagram. Dan word je geblokkeerd en gerapporteerd.’’

Door geen werkruimte te geven maken ze sekswerkers juist kwetsbaarder. Dan moet je naar iemand gaan die een vergunning heeft, daar draag je 65 procent van de inkomsten af of je betaalt 200 à 300 euro per dag. ‘’Ik ben geneigd om meer klanten aan te nemen die ik eigenlijk niet aan wil nemen, want ik heb hem eenmaal betaald en ik heb de reis al gemaakt.’’ Daarnaast is er een kans dat er mensen op de sekswerkers afkomen en een kamer aanbieden. De volgende stap is dat ze klanten voor je gaan regelen en je geld gaan beheren, want een bankrekening kunnen ze niet krijgen. ‘’Voordat ik het weet zit ik in de mensenhandel, in een uitbuitingssituatie. Dus door de rechten weg te halen, maken ze het alleen maar onveiliger. Dat zie je in de geschiedenis bij alle kwetsbare beroepsgroepen.’’

Ze heeft op het punt gestaan om naar België te emigreren, daar is het in ieder geval makkelijker om een vergunning te verkrijgen. Ook daar kon ze geen hypotheek krijgen en willen verhuurders haar niet. ‘’En nu sta ik op het punt dat ik misschien ga stoppen, ik ben er echt zo klaar mee om het gevecht elke keer aan te gaan. Een beetje bestaansrechten te hebben, terwijl het gewoon een legaal beroep is.’’ Sekswerk is het enige beroep in Nederland dat onder het ministerie van Veiligheid en Justitie valt. ‘’Sekswerk is zo verweven met mensenhandel, dat ze het niet durven los te laten.’’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *