Steeds meer basisscholen in het reguliere onderwijs in Nederland kiezen ervoor om een schoolhond in te zetten. De dieren worden gebruikt als hulpmiddel bij het welzijn van leerlingen en passen binnen een bredere ontwikkeling waarbij scholen naast leerprestaties ook steeds meer aandacht besteden aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. De groeiende belangstelling voor schoolhonden zorgt ervoor dat steeds meer scholen onderzoeken of een hond een plek kan krijgen binnen hun onderwijs.
De inzet van schoolhonden is de afgelopen jaren op verschillende scholen zichtbaar geworden. De honden worden onder meer betrokken bij lessen, wandelingen en momenten waarop kinderen behoefte hebben aan extra rust of ondersteuning.
Hoewel de populariteit van schoolhonden groeit, is wetenschappelijk onderzoek naar de effecten nog beperkt. Verschillende Nederlandse onderzoeken wijzen wel op mogelijke voordelen van contact tussen kinderen, dieren en volwassenen. Zo kan het bijdragen aan een gevoel van veiligheid, meer zelfvertrouwen en een betere sociale verbinding tussen leerlingen. Onderzoekers benadrukken tegelijkertijd dat meer onderzoek nodig is om de effecten op de langere termijn vast te stellen.
Deskundigen wijzen daarnaast op het belang van goede begeleiding. Niet iedere hond is geschikt voor een schoolomgeving, waar veel geluiden, bewegingen en sociale prikkels aanwezig zijn. Daarom zijn een zorgvuldige selectie van de hond, passende training en aandacht voor het welzijn van het dier belangrijke voorwaarden voor een succesvolle inzet. Met de toenemende aandacht voor het welzijn van leerlingen lijkt de belangstelling voor schoolhonden voorlopig alleen maar toe te nemen. Scholen zoeken steeds vaker naar manieren om kinderen niet alleen cognitief, maar ook sociaal en emotioneel te ondersteunen. De schoolhond wordt daarbij steeds vaker gezien als een mogelijke aanvulling binnen het reguliere basisonderwijs.

Steeds meer basisscholen in het reguliere onderwijs willen verder kijken dan alleen lesstof en prestaties. Er komt steeds meer aandacht voor het welzijn van leerlingen. Een opvallende ontwikkeling is de opkomst van schoolhonden binnen het reguliere basisonderwijs. Deze honden worden ingezet om rust, verbinding en vertrouwen te bevorderen. Hoewel er nog relatief weinig wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de effecten van schoolhonden, zien scholen, ouders en leerlingen steeds vaker positieve resultaten.
De deuren van basisschool De Windroos in Lelystad gaan stipt om tien voor half negen open. Al snel vullen kinderen en ouders de centrale ruimte van de school. Tussen de bank naast de ingang en de balie tegenover de bank ligt Roos ontspannen te kauwen op een klein botje. Een paar kinderen rennen direct door naar hun vrienden, maar veel leerlingen stoppen eerst bij de schoolhond. “Hoi Roos,” klinkt het van verschillende kanten, gevolgd door een aai over zijn kop. Zelfs kinderen die zichtbaar haast hebben omdat ze bijna te laat zijn, maken nog even een tussenstop. “Kom op, snel naar de klas,” zegt directeur Karin Colijn lachend terwijl ze naar een leerling kijkt die liever nog even bij Roos blijft staan.
Roos is inmiddels al drie jaar de schoolhond van De Windroos en uitgegroeid tot een vertrouwd gezicht voor leerlingen, medewerkers en ouders. Zijn aanwezigheid past binnen een bredere ontwikkeling in het basisonderwijs, waarbij scholen steeds meer aandacht besteden aan het welzijn van leerlingen naast het onderwijs zelf. Volgens deskundigen en verschillende onderzoeken kan een schoolhond bijdragen aan rust, contact en sociale verbinding. Tegelijkertijd benadrukken deskundigen dat een schoolhond alleen succesvol kan zijn wanneer zowel de begeleiding als het welzijn van de hond goed zijn geregeld.
Karin Colijn ziet de invloed van Roos niet alleen terug bij individuele leerlingen, maar ook in de algemene sfeer binnen de school. Volgens haar zorgt de hond voor een vorm van verbinding die moeilijk op een andere manier te creëren is. “Ik ben directeur. Ik moet soms kinderen aanspreken of gesprekken voeren met ouders. Leerkrachten moeten grenzen stellen en corrigeren, maar Roos doet dat allemaal niet.” Juist omdat een hond geen oordeel heeft, merkt Colijn dat kinderen zich gemakkelijk tot hem wenden. Volgens haar ontstaat daardoor een ander soort vertrouwen dan in contact met volwassenen. “Hij wil niets van kinderen. Hij heeft nooit ruzie met ze. Hij is gewoon altijd blij.”
Ook nieuwe leerlingen lijken snel contact te maken met de schoolhond. Waar sommige kleuters in het begin nog voorzichtig om hem heen lopen, verdwijnt die terughoudendheid vaak snel. Colijn herinnert zich een meisje dat eerst met een grote boog om Roos heen liep. “Een paar weken later liep ze meteen naar hem toe.” Volgens haar helpt de hond kinderen om zich sneller thuis te voelen binnen de school. “Roos maakt geen onderscheid. Voor hem is iedereen hetzelfde.”
Ook ouder Dunja Sardi merkt dat de schoolhond invloed heeft gehad op hoe haar kind school ervaart. Volgens haar wordt er thuis regelmatig over Roos gesproken. “Soms vertelt hij meer over iets wat hij met Roos heeft gedaan dan over de lessen van die dag.” Ze ziet dat de hond een vertrouwd aanspreekpunt is geworden voor veel leerlingen. Tegelijkertijd waardeert ze de manier waarop de school met het project omgaat. “Je merkt dat er goed over is nagedacht. Het is niet zomaar een hond die rondloopt. Er zijn duidelijke afspraken en er wordt rekening gehouden met iedereen.”
Dat dieren een positieve invloed kunnen hebben op kinderen wordt ook ondersteund door onderzoek. Verschillende studies laten zien dat contact met dieren stress kan verminderen en een gevoel van veiligheid kan vergroten. Onderzoekers van de Open Universiteit beschrijven dat dieren kunnen bijdragen aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Ook onderzoek van het Kohnstamm Instituut wijst erop dat dieren op school kunnen zorgen voor meer zelfvertrouwen, sociale verbinding en een prettiger leerklimaat. Tegelijkertijd benadrukken onderzoekers dat het aantal studies nog beperkt is en dat meer onderzoek nodig is om harde conclusies te kunnen trekken.
De leerlingen zelf lijken zich weinig bezig te houden met onderzoeken of onderwijsvisies. Voor hen is het, zoals zij zelf zeggen, vooral “cool” en “fijn”. Tijdens het groepsgesprek komen dezelfde woorden steeds terug: “leuk”, “aaien” en “wandelen”. Een leerling vertelt dat hij graag vaker met Roos zou willen lopen omdat hij daar rustig van wordt. Een ander noemt het aaien van Roos als hoogtepunt van de dag. “Als hij soms naar mij toe komt tijdens de les, word ik weer rustig.” Opvallend is dat de kinderen niet alleen praten over wat zij van Roos vinden, maar ook over wat hij betekent voor andere leerlingen. Zo vertellen verschillende kinderen dat Roos vaak naar verdrietige leerlingen toe gaat. “Dan komt hij er gewoon bij zitten,” vertelt een leerling. Voor de kinderen lijkt schoolhond Roos inmiddels de normaalste zaak van de wereld.
Toch plaatsen deskundigen ook kanttekeningen bij de groeiende populariteit van schoolhonden. Volgens Marieke van den Berg van Stichting Contacthond worden de voordelen soms te vanzelfsprekend gepresenteerd. “Niet iedere hond is geschikt voor een schoolomgeving,” zegt zij. Een school is volgens haar een plek vol geluiden, onverwachte bewegingen en sociale prikkels. Sommige honden kunnen zich daar goed aan aanpassen, maar voor andere dieren levert dat juist spanning op. Van den Berg ziet regelmatig dat scholen of begeleiders signalen van stress over het hoofd zien. “Veel mensen interpreteren gedrag positiever dan de hond het daadwerkelijk bedoelt.”
Karin Colijn geeft aan dat zij vanaf het begin veel aandacht heeft besteed aan het welzijn van Roos. Volgens haar wordt voortdurend gekeken naar hoe de hond zich voelt en wordt daarop geanticipeerd. Wanneer hij rust nodig heeft, krijgt hij die ook. “Soms is hij gewoon moe. Dan gaat hij slapen en laten we hem met rust.” Daarnaast heeft Roos een plek op school waar hij zich even kan terugtrekken zonder gestoord te worden. Colijn benadrukt dat een schoolhond niet de hele dag beschikbaar hoeft te zijn. “Hij hoeft niet voortdurend iets te doen om waardevol te zijn. Soms is het al genoeg dat hij er gewoon is.” Aan het einde van de ochtend is de rust teruggekeerd in de centrale ruimte van basisschool De Windroos. Samen met Colijn loopt Roos zijn dagelijkse rondje door de school. En wanneer hij even uit het zicht verdwenen is, weten de medewerkers meestal precies waar ze moeten zoeken. Bij de kleuters. “Daar vallen de meeste kruimels tijdens het eten,” zegt Colijn glimlachend.

Schoolhond Roos is al drie jaar een vast onderdeel van basisschool De Windroos in Lelystad. Volgens leerkracht Chantal Nederveen doet de hond meer dan alleen zorgen voor gezelligheid op school. Ze ziet dat kinderen dankzij Roos rust vinden, makkelijker contact maken met elkaar en zich veiliger en meer thuis voelen. Ook voor Oekraïense leerlingen die de Nederlandse taal nog niet beheersen, blijkt de hond een onverwachte steun.
Toen directeur Karin Colijn het idee van een schoolhond introduceerde binnen het team, wist niemand precies hoe dat eruit zou gaan zien. Wat dacht u toen u hoorde dat er een hond op school zou komen?
“Ik vond het meteen een leuk idee, omdat ik zelf ook een hond heb. Maar ik wist eerlijk gezegd niet wat ik ervan moest verwachten. Je denkt toch: hoe werkt dat in een school? Ligt zo’n hond dan vooral op kantoor of gaat hij elke dag naar een andere groep? Niemand wist eigenlijk precies hoe het eruit zou gaan zien. We zijn er open ingegaan. Achteraf denk ik dat dat ook de kracht is geweest: geen verwachtingen hebben. We hebben Roos de ruimte gegeven om zijn eigen plek te vinden binnen de school.”
U werkt inmiddels zeven jaar op De Windroos. Als u terugkijkt op de periode vóór Roos en nu, wat is volgens u het grootste verschil?
“De sfeer is anders geworden. Het is erg moeilijk om precies uit te leggen hoe de sfeer eerst was, maar het voelt huiselijker. Een school is natuurlijk een plek waar hard gewerkt wordt en prestaties belangrijk zijn. Er zijn lessen, toetsen, gesprekken en afspraken. Maar kinderen brengen hier een groot deel van hun dag door. Dankzij Roos voelt de school voor veel kinderen meer als een plek waar je ook gewoon jezelf mag zijn. Hij brengt een soort rust met zich mee die niet te organiseren of aan te leren is. Je merkt dat mensen automatisch even contact met hem maken. Dat doet iets met de sfeer.”
U vertelde dat Roos soms dingen zichtbaar maakt bij leerlingen die u als leerkracht anders misschien niet zou zien. Kunt u uitleggen wat u daarmee bedoelt?
“Kinderen laten niet altijd hun emoties zien of praten er niet direct over. Sommige kinderen zijn heel goed in het verbergen van verdriet, onzekerheid of angst. Door Roos zie ik soms kanten van kinderen die anders verborgen blijven. Niet omdat hij iets doet, maar juist omdat hij niets doet. Hij stelt geen vragen. Hij verwacht niets. Hij heeft geen oordeel. Daardoor reageren kinderen heel puur op hem. Dan zie je ineens dat een kind spanning heeft, ergens onzeker over is of juist behoefte heeft aan contact. Dat helpt mij als leerkracht om kinderen beter te begrijpen.”
In het interview met directeur Karin Colijn kwam naar voren dat Roos veel betekende voor Oekraïense leerlingen die op school kwamen. Heeft u dat zelf ook gezien?
“Ja, absoluut. Dat vond ik misschien wel een van de meest bijzondere dingen. Die kinderen kwamen hier binnen in een compleet nieuw land. Nieuwe mensen, nieuwe gewoontes en een taal die ze niet spraken. In de klas hoorde je vooral Oekraïens en soms wat Russisch. Dat is logisch, want dat voelde vertrouwd. Ze zoeken taalgenoten vaak op in de wc, omdat dat een veilig gevoel geeft. Maar tijdens wandelingen met Roos ontstaat er iets anders. Dan gaat het niet meer om school of taalonderwijs. Dan gaat het om een bal gooien of samen wandelen. En ineens komen daar Nederlandse woorden bij kijken. Kleine woorden als ‘bal’, ‘kom’ of ‘zoek’. Dat lijken simpele dingen, maar voor die kinderen waren dat grote stappen.”
Waarom denkt u dat dat juist bij Roos gebeurde?
“Omdat er geen oordeel was. Als je een nieuwe taal leert, ben je vaak bang om fouten te maken. Bij een hond bestaat dat niet. Roos keek niet raar op als iets verkeerd werd uitgesproken. Hij verbeterde niemand. Hij reageerde gewoon. Daardoor ontstond een veilige omgeving. Die kinderen hoefden niet perfect Nederlands te spreken om contact te maken.”

Heeft Roos ook invloed gehad op hoe u zelf naar onderwijs kijkt?
“Ja, meer dan ik vooraf had gedacht. In het onderwijs zijn we veel bezig met doelen, resultaten en ontwikkeling. Dat hoort er natuurlijk bij. Maar Roos laat mij iedere dag zien dat leren begint bij iets anders. Een kind moet zich veilig voelen. Een kind moet zich gezien voelen. Pas daarna ontstaat ruimte om te leren. Dat wist ik ergens natuurlijk al, maar door Roos zie ik het veel bewuster gebeuren.”
Wat heeft Roos u persoonlijk geleerd?
“Dat niet alles opgelost hoeft te worden. Dat klinkt misschien gek. Als leerkracht wil je helpen. Als een kind verdrietig is, wil je iets doen. Als er een probleem is, wil je een oplossing vinden. Roos doet dat allemaal niet. Hij gaat gewoon naast iemand zitten. En soms blijkt dat genoeg te zijn. Dat heeft mij wel geleerd dat aanwezigheid soms belangrijker is dan een oplossing.”
Betekent Roos ook iets voor u persoonlijk, buiten uw rol als leerkracht?
“Ja, zeker. Er zijn dagen waarop je hoofd vol zit. Dat heeft iedereen. Dan loop je van les naar overleg naar oudergesprek. Op zulke momenten kan het verrassend fijn zijn dat er ergens een hond ligt die zich nergens druk over maakt. Dat klinkt heel simpel, maar het helpt echt. Soms kijk ik naar hem terwijl hij ergens ligt te slapen en denk ik: het komt allemaal wel goed. Hij brengt rust zonder dat hij daar iets voor hoeft te doen.”
Kunt u zich De Windroos nog voorstellen zonder Roos?
“Het onderwijs zou natuurlijk doorgaan. De lessen zouden doorgaan. Maar er zou wel iets ontbreken. Niet iets groots of spectaculairs, maar iets wat ongemerkt heel belangrijk is geworden. Hij hoort nu eenmaal bij de De Windroos-familie. Voor kinderen, voor collega’s en eerlijk gezegd ook voor mij. Roos heeft een plek gekregen die veel groter is geworden dan we ooit hadden verwacht.”
Wat maakt hem volgens u uiteindelijk zo bijzonder? “Dat hij niets van kinderen wil. Hij kijkt niet naar gedrag, cijfers of prestaties. Hij vindt iedereen goed zoals die is. En ik denk dat kinderen dat voelen. Misschien is dat wel de grootste kracht van Roos. Gewoon aanwezig zijn, zonder oordeel. Dat lijkt iets kleins, maar het betekent voor veel kinderen ontzettend veel.”