‘Als je niet de juiste begeleiding om je heen hebt, is het best lastig om hiermee om te gaan’

Door: Lenthe Bilstra

Op vroege leeftijd al een diagnose krijgen kan impact maken. Goede steun en begeleiding is hierbij van groot belang. Lindsay Ruijter (19) vertelt openhartig over haar leven met ADD (Attention Deficit Disorder). Kenmerkend zijn concentratieproblemen, dromerigheid, vergeetachtigheid en moeite met plannen. Als psychologiestudent hoopt zij in de toekomst anderen te kunnen helpen om zichzelf beter te begrijpen.

Wanneer is ADD bij jou gediagnosticeerd?

‘’Ik zat volgens mij in groep 4, toen was ik 7 of 8 jaar oud. Ik weet nog dat ik toen een juf had die mijn ouders had benaderd met: ‘Goh, altijd als wij een woordjestest doen, is Lindsay heel snel afgeleid.’ Ik weet nog heel goed dat het woord schaapjes in zo’n toets voorkwam. Uit enthousiasme begon ik gelijk over hoe ik met mijn opa en oma een weekendje weg was en toen waren er ook schaapjes. Toen zei mijn juf tegen mijn ouders: ‘Volgens mij is Lindsay een hele slimme meid, maar hier speelt ook wat anders.’ Dus toen zijn wij naar een diagnosebureau gegaan en daar hebben ze de diagnose ADD gesteld.’’

Ik kan me voorstellen dat iemand zich hierdoor anders kan voelen dan andere kinderen op die leeftijd. Voelde jij je als kind hierdoor ook anders dan andere kinderen?

‘’Nou, toen ik werd gediagnosticeerd, ging ik ook medicatie slikken. Omdat dit hele lichte medicatie was, moest ik twee pilletjes per dag nemen. Dan nam ik er eentje thuis, maar de ander moest ik op school innemen. In het begin voelde dat altijd een beetje gek, omdat klasgenootjes dit niet deden. In het moment had ik niet echt door dat ik anders was, maar achteraf denk ik: er is geen kind dat begint over schaapjes te vertellen als je zo snel mogelijk je woordjes moet oplezen. Dus in dat opzicht voelde ik mij anders, maar ik voelde mij nooit buitengesloten.’’

Is de diagnose iets wat je hebt moeten leren accepteren?

‘’Absoluut. In het begin ben je daar niet echt mee bezig, want als kind denk je gewoon: dit is wie ik ben en dit is gewoon normaal. Maar hoe ouder je wordt, hoe meer je erachter komt dat dit niet normaal is. Dat klinkt misschien een beetje bot…’’

Dat het niet gebruikelijk is?

‘’Ja, dat het niet gebruikelijk is inderdaad. Je komt erachter dat niet iedereen zich zo gedraagt en niet iedereen zo is. Ik denk dat het vooral iets is waar mensen om mij heen mee hebben moeten leren leven. Vooral mijn ouders en mijn broertje.

Het is iets waar je een ritme in moet vinden, ook met het inplannen van het nemen van medicatie. Een ritme hebben is sowieso heel belangrijk voor mij. Dat maakt het wel makkelijker om ermee om te gaan.’’

Jij hebt hier dus medicatie voor zei je. Wat merk jij aan jezelf op een dag dat jij deze medicatie niet neemt? Zijn er zowel positieve als negatieve effecten?

‘’Stel, ik ben in een gesprek met iemand, een huiswerkopdracht aan het maken of een boek aan het lezen. Op een dag dat ik niet mijn medicatie genomen heb, kan ik gewoon echt mijn focus er niet bij houden. Ik heb dan zoveel ideeën en zoveel dingen in mijn hoofd, maar ik kan het gewoon niet op papier krijgen of goed verwoorden. Dan ben ik ineens in mijn eigen wereldje. Het heeft ook wel wat leuks, want het heeft wat spontaans en chaotisch. Dat hoort ook wel bij mijn persoonlijkheid. Alleen, is het altijd handig en fijn? Nee, dat is het niet. Ik moet natuurlijk wel dingen gedaan krijgen en daar helpt de medicatie dan bij. Mijn gedachten staan dan veel beter op een rijtje. Dan krijg ik de dingen die ik in mijn hoofd heb ook echt op papier.’’

Wanneer jij jouw focus verliest, begin je dus een beetje te dagdromen. Kun je mij eens meenemen in die dromerigheid? Waar gaan jouw gedachtes dan ineens heen?

‘’Even een voorbeeld van gisteren. Ik was met een huisgenootje in gesprek en er gebeurde iets. Volgens mij viel er een poster van de muur en daardoor raakte ik afgeleid. Dan is het verhaal gelijk klaar, terwijl ik er middenin zat. Omdat ik dan zo afdwaal, zit ik weer op een hele andere gedachtegolf.’’

Daarnaast kan jij ook in een hyperfocus terechtkomen. Hoe ziet dat eruit?

‘’Ja, dat zijn de beste momenten, daar moet ik altijd goed gebruik van maken. Een hyperfocus kan ik zowel zonder als met medicatie krijgen. Dat is echt een soort flowstate waar ik dan in terechtkom. Dan knal ik gewoon in een middag een heel verslag in elkaar. Of dan is mijn kamer een bende, dan zet ik mijn gedachte ertoe, en dan heb ik binnen anderhalf uur heel mijn kamer een deep clean gegeven en al mijn meubels verzet.’’

Dus het zijn eigenlijk twee werelden waarin je leeft. De dromerigheid en de hyperfocus.

‘’Ja, eigenlijk wel. Als ik dromerig ben, krijg ik niks gedaan, maar dan zit het wel aan mij te knagen. Ik zit dan in een soort trance. Ik kan mijzelf er dan niet toe zetten. Wanneer ik dan in een hyperfocus zit, knal ik alles wat ik heb uitgesteld in één keer in elkaar.’’

Jij studeert nu toegepaste psychologie. Naast dat je natuurlijk geïnteresseerd bent in hoe de mens doet en denkt. Heb jij je studiekeuze ook gemaakt om jezelf en jouw ADD beter te begrijpen?

‘’Enigszins wel. Maar waarom ik vooral dit ben gaan doen, is zodat ik wellicht andere mensen kan helpen om zichzelf beter te begrijpen. Als je niet de juiste begeleiding om je heen hebt, is het best lastig om hiermee om te gaan. Want het heeft best veel impact op je leven.’’

Heb jij goede begeleiding gehad hierbij?

‘’Ja, ik ben door mijn ouders heel goed ondersteund. Door hen ben ik wel op de plek waar ik nu ben.’’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *