De 35-jarige Safin Kurdo bouwt in Nederland aan een nieuw bestaan als kapper, maar zijn weg hiernaartoe was allesbehalve vanzelfsprekend. Vanuit zijn geboortestad Erbil in Koerdistan vluchtte hij twaalf jaar geleden voor geweld en onveiligheid. Na een zware reis door Europa en moeilijke jaren van onzekerheid vond hij uiteindelijk zijn plek — achter de kappersstoel, waar hij niet alleen werkt aan kapsels, maar ook aan een toekomst.
Kun je iets over jezelf vertellen en hoe je kapper bent geworden?
“Ik ben kapper geworden via mijn familie. Mijn broer was al kapper en ik ben met hem mee gaan werken. Het is echt een familieberoep bij ons. Ik heb een korte opleiding gedaan, maar het meeste heb ik in de praktijk geleerd, van mijn broers.”
Waar kom je oorspronkelijk vandaan?
“Ik kom uit Koerdistan, uit de stad Erbil.”
Wat was de reden dat je ongeveer twaalf jaar geleden je thuisland moest verlaten?
“Ik voelde me daar niet veilig. Ik voelde me niet echt mens, zeg maar. Ik wilde een goede toekomst opbouwen, voor mezelf en later voor mijn gezin en mijn kinderen. In mijn land heb ik veel geweld gezien. Dat heeft mij doen besluiten om te vluchten.”
Heb je nog familie in Koerdistan?
“Ja, ik heb vijf broers en één zus. Ze wonen allemaal nog in Erbil. Ik spreek ze twee tot drie keer per week. Gelukkig gaat het nu goed met ze, maar er is altijd stress door de situatie in de regio.”
Hoe verliep jouw vlucht naar Europa?
“Dat was heel zwaar. Ik heb veel gelopen, soms met de bus of auto, maar vooral te voet. Vanaf Turkije heb ik bijna een week door bossen gelopen richting Bulgarije. Dat vergeet je nooit.”
In welke landen heb je daarna gewoond?
“Ik ben eerst in Duitsland geweest en daarna in Finland. In Finland mocht ik niet blijven vanwege mijn vingerafdrukken in Bulgarije. Dat is een Europese regel. Daarna ben ik weer teruggegaan naar Duitsland en later naar Italië.”
Hoe was het leven in Italië voor jou?
“Italië was het zwaarst. Ik had geen huis en soms geen eten of geld. Ik heb een tijd op straat geslapen en in kerken verbleven. Later kon ik daar wel als kapper werken. Ik schaam me niet voor die periode, het hoort bij mijn leven.”
Wat maakte dat je uiteindelijk naar Nederland kwam?
“Mijn vrouw woonde al in Nederland. Zij is familie van mijn moeder en woont hier al ongeveer achttien jaar. Uiteindelijk zijn we hier getrouwd en ben ik haar gevolgd.”
Hoe was je eerste indruk van Nederland?
“Ik vond de taal heel moeilijk. In het begin dacht ik: dit ga ik nooit leren. Maar ik merkte ook dat Nederland goed geregeld is. Mensen zijn aardig en alles is georganiseerd. Dat gaf me een goed gevoel.”
Hoe ben je hier weer als kapper aan het werk gegaan?
“Via via. Ik kende iemand uit Italië die contacten had in Nederland. Zo kwam ik terecht bij een kapsalon, eerst in Vathorst. Later heb ik deze zaak overgenomen.”
Merk je cultuurverschillen in je werk?
“Ja, zeker. Hier knip ik mensen uit allerlei culturen: Nederlands, Surinaams, Marokkaans, Afrikaans. In Nederland praat je meer met klanten, over hobby’s, weekendplannen of vakanties. In Koerdistan was dat veel stiller en formeler.”
Heeft werken je geholpen om je thuis te voelen in Nederland?
“Ja, heel erg. Door mijn werk leer ik de taal en de mensen kennen. Werken helpt je om je aan te passen aan de cultuur. Dat is belangrijk als je nieuw bent in een land.”
Wat zou je willen dat mensen in Nederland beter begrijpen over mensen die hun land hebben moeten verlaten?
“Dat niemand zomaar zijn land verlaat. Als mijn land veilig was, zat ik hier niet. Mensen vluchten omdat ze geen andere keuze hebben.”
Voel jij je vandaag de dag thuis in Nederland?
“Ik voel me veilig en rustiger dan in mijn land. Dat is heel belangrijk. Ik ben ongeveer 75% blij. De andere 25% is stress: het leven is duur, ik mis mijn familie en mijn moeder is overleden. Hier is alles snel en gehaast. In Koerdistan is het leven rustiger.”
Wat heb je meegenomen uit jouw cultuur?
“Rust, geduld en genieten van het leven. Wij leven maar één keer. Je moet vriendelijk blijven en niet altijd haasten.”