“Wij mogen daar eigenlijk niet bestaan”

Toen Fatima Kadier (29) in 2022 naar Nederland kwam, begon ze aan een nieuw leven. De Oeigoerse studente wil hier psychologie studeren, iets wat in haar geboorteregio, Oost-Turkestan, in China nauwelijks mogelijk was. Daar leven Oeigoeren onder strenge controle en staan taal, religie en vrijheid onder druk. Haar verhaal laat zien hoe die politieke realiteit het dagelijks leven en families kan raken, en hoe ze in Nederland probeert een nieuwe toekomst op te bouwen.

Waarom ben je naar Nederland gekomen?

“In 2022 kwam ik naar Nederland omdat ik graag psychologie wilde studeren. Nederland heeft een van de beste opleidingen op dat gebied. Omdat veel hbo-opleidingen in het Nederlands zijn, moest ik eerst de taal leren voordat ik kon beginnen. Na twee à drie maanden besloot ik een verblijfsvergunning aan te vragen, omdat het in China niet veilig was voor mij. Ik ben Oeigoers en Oeigoerse mensen mogen daar eigenlijk niet bestaan.”

Hoe is het om te wonen in Oost-Turkestan?

“We kunnen daar nauwelijks iets worden. We mogen alleen Chinees zijn. We mogen onze taal niet spreken, ons geloof niet uiten, geen hoofddoek dragen of bidden. Voor deze dingen word je opgepakt en in een concentratiekamp gezet. Dat maakt het leven daar erg moeilijk. Daarom zijn veel Oeigoerse mensen naar andere landen gevlucht. Je moet het zien alsof mensen in een soort box leven, waar je niet in of uit mag. Je mag er geen Instagram, YouTube, TikTok of Google gebruiken. Je mag alleen studeren en leren wat de Chinese overheid wil. Vrijheid van meningsuiting bestaat er eigenlijk niet.”

Hoe kwam je erachter dat de wereld waarin jij leefde niet de echte realiteit was?

“Toen ik 14 was, ging ik voor het eerst naar Turkije. Daar realiseerde ik me pas hoe slecht wij als Oeigoeren het hadden. In 2014 was het nog toegestaan om naar Turkije te reizen, nu niet meer. Ik stapte ineens in een totaal andere wereld. Alles was anders dan wat ik op school had geleerd. Ik kwam erachter dat Oeigoeren vroeger een eigen land hadden met eigen regels en een eigen leider, maar dat allemaal door de Chinese overheid was afgepakt.”

Heb je nog familie die daar nu woont?

“Ja, mijn broer en zijn vrouw wonen nog in China. Mijn ouders wonen in Turkije. Doordat mijn broer en zijn vrouw in 2017 naar Turkije waren gegaan, werden zij bij terugkomst in China opgepakt en in een heropvoedingskamp gezet. Hij heeft daar twee jaar gezeten. In het kamp gebeuren hele nare dingen. Daarover praten vind ik moeilijk. Je wordt er mentaal gemanipuleerd en mensen gaan er dood, door het gebrek aan voeding en de onmenselijke straffen. De Chinese overheid doet dit allemaal in het geheim en doet alsof de kampen niet bestaan. Daarom is er nog weinig over bekend in het buitenland. Ondertussen zijn er al miljoenen mensen gestorven en zitten er nog veel mensen vast.”

Hoe voelde je, je toen je dit nieuws hoorde?

“Mijn familie en ik waren erg verdrietig. We wisten eerst niet dat mijn broer en schoonzus waren opgepakt. We hoorden lange tijd niets van hen. Uiteindelijk namen we contact op met mensen in hun omgeving en hun buren. Zo hoorden we dat ze waren opgepakt. Twee jaar lang hebben we niets gehoord; het enige wat we konden doen was bidden.”

Waarom is je broer vrijgelaten?

“Mijn broer is uiteindelijk vrijgelaten. Waarom hij precies was opgepakt, weten we niet. We hebben wel een vermoeden. Mijn vader ging in 2017 naar de Turkse media en deed een oproep over mijn broer. Daarin zei hij dat hij hem wilde helpen, maar niet wist waar hij en zijn vrouw waren. Zes maanden later werden ze vrijgelaten. Andere mensen hebben ook oproepen gedaan, maar bij hen werd hun familie niet vrijgelaten.”

Hoe is het nu met je broer?

“Hij is vrij, maar nog steeds erg bang. Zijn paspoort is door de Chinese overheid vernietigd, dus hij kan nergens heen. Ik heb nu helaas geen contact meer met hem. In China, vooral in de Oeigoerse regio, worden telefoons en communicatie met het buitenland streng gecontroleerd. Contact met buitenland kan direct bij de politie terechtkomen. Daarom hebben we besloten geen contact te hebben, voor zijn veiligheid. Ook wordt gezegd dat zijn ouders nog in het kamp zitten. Ik hoop dat ze naar Turkije of Nederland kunnen komen, maar de kans is erg klein.”

Welke emoties komen hierbij los?

“De emoties zitten heel diep. Ik voel niet alleen boosheid, maar ook verdriet, teleurstelling en hopeloosheid. Ik wil graag helpen, maar dat kan niet. Als ik niets doe of niets van mijn leven maak, voel ik me schuldig tegenover de mensen die die kans niet hebben. In China en Oost-Turkestan zijn veel meisjes met grote dromen die slimmer en mooier zijn dan ik, maar die, die kans niet krijgen. Ik doe het voor hen. Ik grijp alle kansen die ik krijg.”

Hoe was de eerste periode in Nederland?

“De eerste twee maanden was ik erg blij. Ik voelde me veilig en was bezig met nieuwe mensen ontmoeten. Daarna kwam er een moeilijke tijd: ik kreeg heimwee naar mijn ouders en mijn eigen cultuur. De Oeigoerse cultuur is heel anders dan de Nederlandse. Nederlanders zijn vriendelijk, maar meer zelfstandig.

In het begin woonde ik in het asielzoekerscentrum in Drachten, met veel mensen uit andere landen. Dat was soms lastig en gaf me af en toe een onveilig gevoel. Je hebt geen eigen douche of keuken en weinig ruimte om je geloof te beoefenen. Je spreekt af en toe Engels met anderen, maar kent hen niet goed. Nu woon ik met mijn man en zoontje in Westerbork, Drenthe, en daar ben ik echt gelukkig.”

Wat vond je nog meer moeilijk aan wonen in een nieuw land?

“Het leggen van connecties en het sluiten van nieuwe vriendschappen. Vooral in het begin, toen ik nog niet goed Nederlands sprak, was dat lastig. Veel mensen praten liever Nederlands, waardoor het moeilijk is om een gesprek aan te knopen. Vooral bij oudere mensen merk ik dat. Inmiddels heb ik wel vrienden gemaakt en een lieve buurvrouw met wie ik vaak koffiedrink. Ik zou alleen graag meer mensen willen leren kennen buiten mijn straat.

Voor mijn zoontje was het in het begin ook lastig. Hij voelde zich de eerste twee jaar vaak alleen. Kinderen ontmoeten elkaar meestal buiten, maar dat gebeurt nu minder. Dat vond ik erg moeilijk voor hem. Nu zit hij op de basisschool en heeft hij veel leuke vrienden.”

In september mag je eindelijk starten met je studie Psychologie. Waar kijk je het meeste naar uit?

“Waar ik het meest naar uitkijk, is om alles te leren wat met psychologie te maken heeft. Ik wil begrijpen hoe mensen denken, voelen en handelen. Het lijkt me heel waardevol om de mens beter te leren kennen. Na mijn studie wil ik graag klinisch psycholoog worden. Mijn droom is uiteindelijk mijn eigen kliniek te openen, waar ik mensen kan helpen die psychische steun nodig hebben.”

Waar ben je het meest trots op sinds je in Nederland woont?

“Dat ik mezelf heb leren kennen en de moed had om deze grote stap te zetten. Verhuizen naar een nieuw land, een nieuw leven opbouwen en veel moeilijkheden overwinnen was niet makkelijk. Maar door hard te werken en door te zetten, heb ik geleerd op eigen kracht verder te gaan. Daar ben ik het meest trots op.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *