Portret
Max Teusink – 28-2-2026
Inmiddels werkt Mascha Holtrup ongeveer twintig jaar als studentendecaan op Hogeschool Windesheim in Zwolle. Ze krijgt hier te maken met allerlei soorten vragen en iedere student met wie zij spreekt heeft een andere achtergrond. Een baan die voor een buitenstaander heel afwisselend en tegelijk veeleisend lijkt te zijn. Maar hoe kwam Mascha 17 jaar geleden op het Windesheim terecht en wat houdt haar werk dan precies in? Ze doet haar verhaal.
Hoe ziet jouw loopbaan er tot nu toe uit en hoe ben je hier op het Windesheim terecht gekomen?
“Ik heb eerst het vwo afgerond en ben toen naar het hbo gegaan. Ik studeerde Fiscale Economie aan Hogeschool Saxion van 1992 tot 1996. Daarna ben ik naar de Universiteit van Tilburg gegaan waar ik Fiscaal Recht studeerde. Vervolgens heb ik tot 2002 als belastingadviseur gewerkt. Ik besloot een andere opleiding te gaan doen en ben terug naar het hbo gegaan. In 2005 rondde ik Personeel en Arbeid af op het Saxion. Ondertussen werkte ik al als schooldecaan op het Veluws College in Apeldoorn. In 2006 startte ik als studentendecaan op Hogeschool Windesheim. In 2016 volgde ik een opleiding tot rouw- en verliesbegeleider. Dat pas ik nu ook toe in mijn werk.”
Hoe ziet jouw werk als decaan er precies uit?
“Als studentendecaan zijn wij een informatiepunt voor studenten met vragen over studiefinanciering, studeren met een functiebeperking en persoonlijke situaties die tot studievertraging kunnen leiden. Studenten kunnen ook bij ons terecht met financiële zorgen. De studie Social Work in een aantal jaren geleden met een financieel spreekuur gestart. Wekelijks gingen studenten met elkaar in gesprek over hun financiën. Het was dus eigenlijk vóór studenten, door studenten. Dit spreekuur liep zo goed, dat het Windesheim dit initiatief heeft neergelegd bij het Student Support Centrum (decanaat). Wij gaan met ze zitten en kijken: ‘wat komt er binnen en gaat eruit?’ en ‘zijn er toeslagen die we nog voor je kunnen aanvragen?’ Vaak zijn ze al erg geholpen als ze overzicht hebben gecreëerd.”
Verlaat de student je kantoor dan ook op een andere manier dan hoe deze binnenkwam?
“Vaak wel. Na een paar gesprekken is de situatie vaak niet veranderd, maar wel hoe ze ermee omgaan. Ze hebben erover kunnen praten, er is lucht aan gegeven en ze hebben gemerkt dat ze zelf al veel ‘tools’ in handen hebben om met situaties om te gaan.
Soms hebben we het over hun ‘gereedschapskist. Sommige aangeleerde opvattingen zoals ‘ik mag niet huilen om hulp vragen’ kunnen je dwarszitten. Dan zeg ik: ‘Dankjewel gereedschapskist, maar ik geloof dat ik toch naar de Hornbach moet om wat nieuws aan te schaffen.’ Dat geeft ruimte om oude overtuigingen los te laten.”
Wat is de meest gestelde vraag van studenten?
“Vaak komen studenten bij ons langs als er in de thuissituatie of studie iets gebeurt waardoor ze vertraging oplopen. Of er is eerder een diagnose gesteld en ze hebben extra hulp nodig. Wij helpen veel studenten die studeren met een functiebeperking. Wij kunnen ze bijvoorbeeld extra tijd bij toetsen bieden. Wij mogen medische gegevens inzien en hebben een mandaat van de examencommissie om voorzieningen toe te kennen.”
Je vertelde eerder dat je ook studenten begeleidt met rouw of verlies. Is het niet moeilijk om studenten in dit soort situaties bij te staan?
“Het is wel grappig dat je dat zo zegt: ‘Is het niet moeilijk?’ Het levert juist vaak heel mooie gesprekken op. Soms komen studenten langs als er een ouder is overleden of als er een echtscheiding in het spel is. Ik kan er op een laagdrempelige manier met ze over praten en ze begeleiden zodat ze zo weinig mogelijk studievertraging oplopen.
Als er echt specialistische hulp nodig is, verwijs ik door naar een studentenpsycholoog. Maar ik laat studenten ook zien dat er vaak al heel veel kracht in henzelf zit om met moeilijke situaties om te gaan. Met kleine stapjes probeer ik dat aan te boren. Soms is het een kwestie van een stukje resetten. Dat geeft heel mooie gesprekken.”
Hoe zag jouw eigen ‘gereedschapskist’ eruit en uit wat voor sociale klasse kwam je?
“Ik kwam uit de arbeidersklasse. Vanuit de omgeving waarin ik ben opgegroeid, was naar de universiteit gaan niet gebruikelijk. De arbeidersklasse heeft de neiging om zichzelf als underdog te zien en alles dat heeft gestudeerd dat is eng, praat moeilijk en noem maar op. Ik begon op het vwo, ging naar het dichtstbijzijnde hbo en daarna toch naar de universiteit. Toen ik merkte dat het werk als fiscaal jurist niet meer bij mij paste, heb ik me omgeschoold. Uiteindelijk kwam ik hier terecht.”
Wat was de reden om je te laten omscholen en decaan te worden?
“Ik ben decaan geworden omdat ik geen fiscaal jurist was. In mijn ‘gereedschapskist’ zat de overtuiging dat je een goede baan en financiële zekerheid moet hebben. Een beetje zo van: ‘ik ga zorgen dat het bij mij anders gaat. Ik hoef niet te zorgen dat ik ieder dubbeltje straks moet omdraaien.’ Maar dat is niet waar je altijd gelukkig van wordt.
Dus als dat gaat knagen, dan heb je de keuze ‘of je blijft doen wat je deed óf je gaat iets anders doen.’ Ik koos voor iets anders.”
En dat geluk is er nu?
“Ja. Ik zit hier nu geloof ik 17 of 18 jaar, ik ben de tel kwijt. Ik verveel me niet, absoluut niet.”
Terugkomend op de vragen van studenten op financieel gebied, zou het beleid van het nieuwe kabinet rondom huurprijzen en studiefinanciering iets kunnen veranderen aan de zorgen van studenten?
“Het verhogen van de basisbeurs kan fijn zijn, maar studiefinanciering is niet bedoeld om je begroting sluitend te krijgen. Vaak heb je drie dingen nodig: steun van thuis, studiefinanciering en een bijbaan. Dat is vaak geen vetpot.
Wat ik veel hoor is ‘het gedwongen thuis moeten blijven wonen, terwijl het thuis op een gegeven moment ook gewoon klaar is.’ Ik ben groot voorstander van op kamers gaan, maar er moeten wel betaalbare kamers zijn. Je moet geen melkkoe worden voor vastgoedhandelaren.
Over geld praten mensen gemiddeld genomen niet. Er zit een taboe op ‘ik weet even niet hoe ik rond moet komen.’ Als hier makkelijker over gepraat wordt, komen studenten makkelijker bij mij aan tafel zitten. Dat taboe mag er van mij vanaf.”