Op 13 september 2019 maakt een frontale botsing een einde aan het leven van viooldocent Irene de Boer (54). Dood is ze niet, maar de Irene van voor het ongeluk is zij kwijt. Voor Irene was vioolspelen en lesgeven geen kantoorbaan, haar identiteit was verweven met de viool. Ze grinnikt gepijnigd als ze erover praat. “Het is ergens heel gevaarlijk om te zijn wat je doet.” Even blijft het stil en ze roert met het lepeltje in haar kopje. “Dat ik niet meer viool kan spelen zoals vroeger, zit mij het allerdiepst.”
Ik was een kleuter toen ik begon met vioolspelen bij toen nog, juf Irene. Ik heb meer dan tien jaar les van haar gehad, tot kort voor het ongeluk. Wat ik mij vooral nog goed kan herinneren van al die lessen is haar uitbundigheid en harde schaterlach. Niks was te gek voor haar. Dat is ook precies wat oud-leerling Wendelien Schalij zegt, die sinds 1998 les van haar heeft gehad en nog steeds voor vragen bij Irene komt. “Overal ja op zeggen, niks is te gek en alles kan. Dat was het eerst altijd bij haar. Daar heeft ze natuurlijk een flinke stap in teruggezet, maar ze heeft nog steeds die enorme betrokkenheid.”
Sinds het ongeluk heb ik haar niet meer gesproken. Ze doet de deur open en we herkennen elkaar meteen. Toch is het een andere vrouw die nu open doet. Pasje voor pasje strompelt ze voor mij uit richting de woonkamer. In de gang lopen we langs een knalgele driewieler, dan langs een gesloten deur waar ik door het raampje toch naar binnen kan kijken. Het is de muziekkamer. Het kleine kamertje staat vol met piano’s en enkele violen. Vroeger heb ik daar ook les gehad. Het voelt vreemd om hier nu te zijn, niet meer als leerling, maar als interviewer.
Het belangrijkste voor Irene was plezier. Vioolspelen moest je leuk vinden. Zo is bij haar de liefde voor de viool ook ooit begonnen. Toen een zigeunerviolist in het dorp van Irene de lach van haar moeder op zijn viool na kon doen, was Irene verkocht. Haar ogen lichten op als ze over vroeger praat. Haar hele leven draaide om die viool. Waar leeftijdsgenootjes bijbaantjes hadden, stond Irene op braderieën met een koffertje voor zich. “Ik heb ook wel vaker in mijn leven gedacht: goh mijn leven is alleen maar muziek. Maar ik genoot er zo erg van. Ik deed precies wat ik leuk vond. Ik had een fantastisch leven.”
Na het ongeluk werd Irene voor meer dan een maand in slaap gehouden. Toen zij wakker werd, begon een lange periode van zware revalidatie. Haar lichaam werkt niet meer zoals vroeger. Haar linkerarm, essentieel voor vioolspelen, is ernstig beschadigd. “Het was heel heftig. Toen stelde ik aan één van mijn zussen de vraag: waarom hebben jullie mij laten leven? Dat is een hele harde opmerking en ik vind het heel erg dat ik dat heb gezegd tegen mijn zus. Zo diep zat ik, echt zo diep. Toen zei mijn zus: wij zagen dat jij aan het vechten was. Toen heb ik voor mijzelf ook echt gedacht, nou dan ga ik vechten voor hen. Kijk nu doe ik het natuurlijk ook voor mijzelf, maar op dat moment deed ik het voor hen.”
Zus Noortje vertelt hoe blij zij waren dat Irene het had overleefd, maar dat het daarna ook erg moeilijk is om te zien dat ze er nog steeds aan onderdoor gaat. “Ik ben wel ontzettend trots op haar, ze zoekt altijd hoe het nog beter kan en probeert positief te blijven. Bij elke stap die je zet, word je toch elke keer herinnerd aan wat er is gebeurd.”
Nu, meer dan zes jaar later, probeert Irene met andere vormen van kunst weer een stukje van haarzelf terug te krijgen. Elke dag maakt zij een tekening van hoe zij zich die dag voelde. Zij heeft ook een film gemaakt en is bezig met dans, alhoewel bewegen lastig gaat.
Je maakt elke dag een tekening?
“Ja, elke dag een tekening van een moment van die dag. Ik had zoveel dingen dat ik op een gegeven moment niet meer wist wat ik moest zeggen als ik bij de arts kwam dus toen ben ik begonnen. Ik hoop uiteindelijk echt dat het op een podium komt.”
Dat is echt jouw droom?
“Ja, je zegt het goed. Het is een droom omdat ik heel blij ben met alles dat ik heb gemaakt. Alles wat ik maak, begint zoveel waarde te krijgen. Sommige mensen zeggen verwerking, maar alsjeblieft, dat kan ik er niet aan koppelen. Je kan pas achteraf zeggen dat het verwerking was. Mijn redding is creëren. Dat haalt mij uit de negatieve spiraal. Als ik mij heel rot voel dan ga ik gewoon wat maken, dan trek ik mijzelf uit dat akelige. Dat vind ik zoveel waard dat ik denk dat gun ik gewoon dat het een keertje op een podium komt of geëxposeerd wordt. Ik zoek nog iemand die mij kan helpen over hoe ik het een mooie plek kan geven. Daarna kan ik weer door met iets nieuws.”
Er zit heel veel gevoel in.
“Ja, het is eigen, het is van mij. Ik gun dat gewoon een plekje. Ik maak allemaal dingen terwijl ik daar helemaal geen opleiding voor heb gedaan. Ik ben violist. Sorry, ik was violist. Maar toch vind ik mijn werk kunst.”
Dat is natuurlijk ook wel een tweestrijd. Je voelt je nog de violist die je je hele leven bent geweest en naartoe hebt gewerkt en je zoekt nu naar kunst en het voelt misschien alsof je daar niet past?
“Ik heb natuurlijk een opleiding gedaan op vioolgebied. Daarvoor zijn er natuurlijk allerlei eisen en ongeschreven regels. In die wereld probeerde ik een goede docent te zijn. Al die andere dingen heb ik geen opleiding in gehad en toch doe ik het.”
En het geeft je misschien ook wel zelfvertrouwen, dat je zoiets hebt van kijk hier ben ik ook goed in?
“Dit is ook weer een punt. Ik ben zo onderuitgehaald door alles dat gebeurd is, dat je even niet meer weet wie je bent. Je zijn is weg.”
Je identiteit is misschien even weg?
“Ja, dus als je het over zelfvertrouwen hebt, als je identiteit weg is, dan is het moeilijk om zelfvertrouwen te hebben. Maar dat betekent niet dat ik daaraan toe moet geven.”
Ik vind het wel heel mooi dat je doorgaat. Sommige mensen zullen in jouw situatie misschien hebben gedacht, laat ook maar. Dat doe jij niet.
“Nee, dat ben ik niet. Het is dubbel, want af en toe gaat het even helemaal mis. Het is niet dat ik altijd maar krachtig ben, absoluut niet. Af en toe zit ik even helemaal shit. Maar vervolgens gaat er weer een klik om: kom op, even weer jezelf optrekken en weer door.”
