Een hulphond die de was in de machine kan stoppen, een blindengeleidehond die stoepjes aangeeft of een puppy die eindelijk rustig op de bank ligt met de kinderen: dat zijn de momenten die het werk van Wim Buist (62) als (hulp)hondentrainer bijzonder maken. Het maakt hem trots. Helaas worden hulphonden nog steeds iedere dag geweigerd. Supermarkten, theaters, kappers, noem het maar op. Terwijl Wim juist hard werkt om bij te dragen aan goed opgevoede hulphonden.
Ursula staat stil aan de rand van de stoep. Het is druk met auto’s en fietsers in de straat die ze moet oversteken. Naast haar staat Sandy, haar blindengeleidehond. Ze is gefocust, maar oogt ook ontspannen. Ursula luistert goed totdat ze even geen auto of fietser meer hoort komen en zegt dan: “vooraan!” Dit is Sandy’s teken om in actie te komen en Ursula veilig naar de overkant te leiden. Helaas worden ze geweigerd als ze eindelijk bij de kapper aankomen. De kapper vindt Sandy ‘onhygiënisch’. Ursula is slechtziend door de oogziekte glaucoom, maar met Sandy beweegt ze zich zelfverzekerd door de drukte. Zo kan Ursula zonder zorgen de straat op. “Het geeft een stuk rust en zelfstandigheid om te weten dat ik overal met de hond naartoe kan zonder dat het lastig wordt,” zegt ze.
Wim ziet dagelijks wat hulphonden voor mensen betekenen. Dit is precies waarom hij zijn werk doet: hij wil bijdragen aan dat stukje vrijheid dat voor veel mensen niet vanzelfsprekend is.
Ondanks dat het verboden is, worden hulphonden nog vaak genoeg geweigerd. Eén op de vijf hulphondgebruikers is wel eens geweigerd in het openbaar. Voor veel mindervaliden is het lastig om hier tegenin te gaan; ze zijn vaak kwetsbaarder.
Hij is trainer van hulphonden en huishonden. Hij vindt het erg jammer dat hulphonden nog steeds niet overal worden geaccepteerd, ondanks dat het begrip steeds bekender wordt. Volgens hem geldt dat wel onder één voorwaarde. “Dat hulphonden worden geweigerd vind ik niet kunnen, maar dan moeten we er wel voor zorgen dat ze goed opgevoed zijn en er goed verzorgd uitzien.”
Wie denkt dat het werk van een hondentrainer vooral is weggelegd voor mensen die graag de hele dag met honden bezig zijn, heeft het mis. “Ik ben eigenlijk meer een mensenmens dan een hondenmens. Die mensen moeten uiteindelijk ook die hond trainen. Dus ik moet meer met die mensen kunnen dan met die hond”, zegt Wim. Hij merkt vaak dat oplossingen vooral bij het baasje liggen en niet zozeer bij de hond. Over dit soort situaties kan hij thuis goed sparren met zijn partner Nikki Bronsvoort, die ook honden traint.
Ook Nikki merkt dat Wims sociale eigenschappen heel goed aansluiten op zijn vak. “Hij kan heel goed aansluiten bij verschillende soorten mensen. Hij is ontwapenend en stelt mensen snel op hun gemak. Zelfs als hij slecht nieuws moet brengen, doet hij dat respectvol.”
De fijne houding van Wim zorgt er bij cliënten ook voor dat ze problemen bij hem durven aan te geven. Dat is namelijk niet altijd makkelijk. Als voorbeeld vertelt hij over hulphondgebruikers die minder te besteden hebben. Ze krijgen een vergoeding voor de verzorging van de hond, maar soms wordt daar niet op de juiste manier mee omgegaan. Als hij binnenkomt bij een deelnemer ziet hij soms meteen een zak goedkoop voer in de keuken staan. Als hij de hond aait, merkt hij het direct: de hond is te dik. “Dan kopen mensen goedkoper voer en gebruiken ze de rest van het geld voor andere dingen. Mensen zijn vaak bang dat ze de hond moeten inleveren als het niet goed gaat,” zegt Wim. “Ze zijn natuurlijk stapelgek op die hond.”
Toch kan Wim ervoor zorgen dat ook dit soort moeilijke gesprekken op gang komen. “Op het moment dat je elkaar wat beter leert kennen, dan durven mensen ook wat meer los te laten. Dan durven ze ook wat meer te vertellen,” vertelt hij.
De liefde voor honden is er al sinds hij zich kan herinneren. Als klein jongetje zeurde hij al bij zijn ouders voor een hond. Hij had eerder een hoveniersbedrijf, maar dat ging failliet. Hij gaf toen al twintig jaar hobbymatig trainingen bij een van de hondenscholen van Martin Gaus. Hij besloot contact op te nemen met Gaus. “Ik heb gebeld, gebeld en gebeld,” lacht hij. “En na duizend keer bellen reageerde hij eindelijk.” Hij kreeg daar een baan als trainer en in de nazorg. Hij ging later weer terug naar zijn oude vak, maar daar kreeg hij spijt van. Hij miste het werken met honden en mensen. Uiteindelijk kwam hij terecht bij Stichting DCN Geleidehonden en bij hulphondenschool Novi-Click. Daarnaast ontmoette hij Nikki, die op dat moment bezig was met het opzetten van het bedrijf Kynolux. Bij Kynolux worden huishonden getraind. “De combinatie en afwisseling van het werk maken het juist leuk.”
Wim doet de nazorg voor de blindengeleidehondenschool bij Stichting DCN Geleidehonden. Hij gaat jaarlijks langs bij cliënten. Die bezoeken zijn er vooral als controle. Hij loopt dan een stuk mee met het team en let op kleine dingen. “Ik kijk bijvoorbeeld of de hond nog goed loopt en of hij de stoepjes nog goed aangeeft. Als blinde of slechtziende heb je dat zelf niet altijd goed door.”
Het is belangrijk dat blindengeleidehonden hun werk goed blijven doen. Zij zijn de ogen van hun baasje. Zelfs als een hond verleert om drempels aan te geven, kan dat gevaarlijke situaties opleveren. Daarnaast is het belangrijk dat honden zich in het openbaar goed gedragen. Hierdoor wordt het imago van hulphonden sneller opgekrikt en vinden er minder weigeringen plaats, zoals nu vaak het geval is bij Ursula. Daarom is Wim er om de vaardigheden van de hond te onderhouden.
Pieter-Jan Blok, oprichter van Stichting DCN Geleidehonden, vertelt dat ook cliënten het fijn vinden om met hem samen te werken. Als trainer heb je al snel een machtspositie. Je kunt je heel slim voordoen door allemaal moeilijke vaktermen te gebruiken, wat intimiderend kan overkomen. Hij vertelt dat Wim daar geen gebruik van maakt. Hij snapt dat niet iedereen alles begrijpt en probeert echt de taal van de cliënt te spreken. Dat waarderen mensen.
Bij Novi-Click werkt Wim met hulphonden. Hij begeleidt de deelnemers, zoals de mindervaliden daar worden genoemd. Ze trainen stap voor stap samen een hond die hen in het dagelijks leven te helpt. “Na een half jaar hopen we dat zo’n hond alles kan,” vertelt hij. “En met alles bedoel ik echt alles. Denk aan de was erin doen, eruit halen of in de droger stoppen.”
Het mooiste van het vak is voor Wim wanneer mensen vooruitgang boeken met hun hond, vooral als het in het begin onmogelijk leek. “Als je een jaar later terugkomt en denkt: wow, dat had ik nooit gedacht.” Soms sturen mensen hem een foto na een training, bijvoorbeeld van een puppy die eerst constant beet, maar nu rustig op de bank ligt met de kinderen. “Dat geeft wel een goed gevoel,” zegt hij.
Foto door: Wim Buist