De basisschooltijd is meer dan alleen kennisoverdracht, leuke gesprekken zorgen voor een band

Iris van Dijk, juf groep 7/8 op basisschool De Uilenhorst © door Max Teusink

Iris van Dijk, juf groep 7/8 op basisschool De Uilenhorst © door Max Teusink

Portret

Iris van Dijk (32) is docent op basisschool De Uilenhorst in Wezep. Al meer dan acht jaar doet ze dit werk met veel plezier. Vier dagen in de week staat ze voor de klas in groep 7/8. Daarnaast is ze vrijwilliger bij voetbalmagazine It Pompebledje van SC Heerenveen. Ze vertelt over wat haar werk als juf voor haar betekent.

 ‘Op jonge leeftijd wist ze al dat ze later voor de klas wilde staan’, vertelt haar broer Julian van Dijk. Hij beschrijft zijn zus als een gedreven persoon, een echte doorzetter. Iris is iemand met wie je veel kunt lachen en bij wie je ook je verhaal kwijt kunt, zegt hij. ‘Ik zou me geen betere zus kunnen wensen.’

Iris is inmiddels al acht jaar docent van groep 7/8. Het idee om juf te willen worden ontstond bij haar al vroeg. Als kind vond ze het erg leuk om ‘schooltje’ te spelen, ‘want dan mocht je aan een groot bureau zitten en dan mocht je nakijken.’ Ook vertelt ze dat ze als kind een klein krijtbord thuis had, waarop ze een dagprogramma schreef of waar ze keersommen op maakte.

Na de pabo te hebben afgerond twijfelde ze tóch over haar keuze om juf te worden. Toen het bedrijf waar ze stage had gelopen, haar een functie als invalkracht op het basisonderwijs aanbood, besloot ze alsnog deze kans te grijpen. Haar eerste invalklus was in 2016 voor groep 7/8 op basisschool De Uilenhorst in Wezep. ‘Hoe vaak krijg ik nu de kans om leerkracht te zijn voor de klas die ik het liefste les wil geven, dacht ik’ en dus besloot ze het gewoon te doen.

Als je Iris vraagt wat ze het leukste vindt aan haar werk als juf: ‘De gesprekken die je met de kinderen hebt en ze klaar te stomen voor de grote wereld door kennis aan ze over te dragen’.

In groep 8 maken leerlingen de voor hun belangrijkste toets van hun schoolcarrière. De zogenaamde ‘doorstroomtoets’ biedt een richtlijn voor het niveau dat de leerling op de middelbare school aankan. Aan de hand van toetsvragen op het gebied van rekenen en taal, wordt in overleg met de ouders en het kind, een advies gegeven voor een passend niveau.

Als taal- en leescoördinator begeleidt Iris kinderen op school die moeite hebben met spelling en lezen. ‘Ik vind het een superleuke rol’, zegt ze. De school heeft veel meer de focus op het lezen gelegd, omdat het zo belangrijk is en lezen bijna overal voor nodig is. ‘Nu lezen we elke middag, dus van half één tot één uur is het hier muisstil.’

De klas van juf Iris was dit jaar onderdeel van de kinderboekenjury. Samen met haar klas las ze twintig boeken en die werden stuk voor stuk door de klas beoordeeld.

Haar collega en goede vriendin Natanja Brouwer beschrijft Iris als een ‘gedreven’ persoon. Een juf bij wie de verantwoordelijkheid voor het eigen leren, handelen en gedrag in de les hoog in het vaandel staan. ‘Er is bij mijn weten nog geen leerling geweest die het niet naar zijn of haar zin had bij Iris in de klas’, zegt Natanja dan ook.

Dat Iris zich heel erg inzet op de relatie met haar leerlingen en de relatie tussen leerlingen onderling, is te zien in de open gesprekken die ze met haar klas voert. In de weekenden gaat Iris regelmatig met haar broer naar wedstrijden van haar favoriete voetbalclub, SC Heerenveen. Tijdens de les gaat ze vervolgens graag met haar klas in gesprek over de laatste uitslagen. ‘Het zorgt voor een band, omdat ze allemaal wel een beetje voetbalgek zijn’, zegt ze. ‘Veel leerlingen van mij zijn voor PEC of Ajax, dus ze moeten ook altijd voor mij de samenvatting kijken als Heerenveen heeft gewonnen. Dan zeg ik: Ik zal jullie even opvoeden, zo hoort het.’ Daar kan ze met de klas dan ook erg om lachen.

Ook interviewt Iris de jonge voetballers van SC Heerenveen voor het Friese voetbalmagazine It Pompebledje. Ze vraagt dan naar hun toekomstdromen. ‘Die kinderen dromen nog, die denken allemaal dat ze de nieuwe Ronaldo of Messi worden. Dat is zo schattig om te zien.’

Hoe haar eigen toekomst eruit ziet, weet ze nog niet. ‘Ik heb ook wel eens getwijfeld om naar het middelbaar onderwijs te gaan en docent Nederlands te worden, omdat ik het dus heel leuk vind om les in taal en lezen te geven.’ Het leuke aan de basisschool vindt ze in ieder geval, dat ze makkelijker een band op kan bouwen met de leerlingen. ‘Dat heb je daar ook wel, maar daar zijn ze na drie kwartier weer weg. Hier heb je ze gewoon de hele dag’, zegt ze. ‘Ik zeg altijd: jullie zijn mijn kinderen, jullie zijn mijn klasje.’

Hoewel ze ieder jaar een nieuwe klas lesgeeft, heeft Iris een paar dingen die ze de leerlingen probeert mee te geven: ‘dat Iedereen zichzelf mag zijn, laat elkaar in hun waarde, denk een beetje aan je medemens en een goed begin begint bij jezelf.’ Ook zegt ze: ‘Volgend jaar is er weer een nieuwe groep en dan werken we er net zo hard aan om er een leuke groep en een leuk jaar van te maken.’

De les die ze door haar ervaringen heeft geleerd en nu anderen voorhoudt, is ‘hoe makkelijker jij over dingen praat en hoe opener je bent, hoe meer je dat ook terug krijgt.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *