Gemeente Zutphen weigert noodoproep COA, maar zoekt naar blijvende opvangoplossing
De gemeente Zutphen zet niet alleen een streep door het verzoek van het COA, maar ook door die van de minister van Asiel en Migratie. Het college van burgemeester en wethouders heeft na vele vergaderingen besloten om niet mee te helpen aan tijdelijke spoed-noodopvang plekken voor asielzoekers.
“Wij begrijpen dat de opvanglocaties overvol zijn en dat een duurzame oplossing nodig is. De Spreidingswet is daarvoor volgens ons het meest geschikte instrument, maar wordt helaas nog onvoldoende uitgevoerd.” Dit zijn de woorden van burgemeester Wimar Jaeger. De gemeenteraad wil, voordat ze weer in gesprek gaan met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), dat er eerst beleid wordt vastgesteld over asielnoodopvang en uitbreiding van de bestaande opvang.
Dit is een opvallende beslissing, want de minister van Asiel en Migratie heeft onlangs via een brief aan alle gemeenten gevraagd om mee te werken aan deze tijdelijke spoed- en noodopvangen. Daarnaast heeft het COA ook dringend beroep gedaan op de burgemeester om in te stemmen met drie tijdelijke spoed-noodopvang locaties.
Burgemeester Jaeger was twee jaar geleden nog een groot voorstander om de tijdelijke noodopvang in andere steden te verlichten. “We vinden het niet acceptabel dat mensen in weer en wind in het gras slapen. Daarom nemen we onze verantwoordelijkheid”, aldus burgemeester Jaeger in 2024.
Met de afwijzing van de spoed-noodopvang zet Zutphen niet direct een streep door toekomstige opvang van asielzoekers. Volgens het college heeft de gemeente een verantwoordelijkheid tegenover mensen die vluchten voor oorlog en geweld en wil zij passende en langdurige opvang blijven aanbieden. Daarom vraagt het college de gemeenteraad onderscheid te maken tussen de nu gevraagde tijdelijke spoed-noodopvang en vormen van langdurige opvang.
Op korte termijn wil het college met de raad in gesprek over de kansen en mogelijkheden voor een meer structurele en langdurige opvangoplossing. De raad wil ook afspraken maken voor de manier waarop zij en inwoners worden betrokken bij een eventuele extra opvang in de toekomst.
