Hardlopen wordt steeds populairder. Steeds meer mensen trekken hun hardloopschoenen aan voor een rondje buiten. Niet alleen de halve en hele marathon winnen aan populariteit, ook ultralopen trekken steeds meer deelnemers. Bij deze wedstrijden leggen lopers afstanden van meer dan 42 kilometer af, vaak over uitdagende parcoursen. Wat drijft iemand om zulke extreme afstanden te lopen? En hoe ziet de voorbereiding eruit? Ik sprak met Jakob Stoffer (58), die al ruim vijfentwintig jaar hardloopt en zijn passie steeds meer heeft verlegd naar het ultralopen.
Toen Jakob op zijn 32e begon met hardlopen, had hij niet direct de ambitie om tientallen kilometers achter elkaar af te leggen. Als lid van atletiekvereniging Aquilo richtte hij zich vooral op kortere afstanden waarbij snelheid hem meer uitmaakte, maar door de jaren heen vond hij een nieuwe passie in het lopen.
“Als je ouder wordt, word je steeds langzamer,” vertelt hij. “Maar als je langer en veel traint, kun je wel grotere afstanden lopen.”
Waar sommige sporters moeite hebben met ouder worden, zag Jakob juist nieuwe mogelijkheden. In plaats van vast te houden aan snelheid, verlegde hij zijn doelen naar langere afstanden. Zo vond hij een nieuwe uitdaging in het ultralopen.
Toch gaat zijn motivatie verder dan prestaties of wedstrijdresultaten. Wanneer hij vertelt over de sport, komt steeds een gevoel terug: vrijheid.
“Ultralopen geeft een gevoel van vrijheid,” zegt hij. “Je bent altijd buiten. Je voert een gevecht tegen de elementen. Je hebt niet alleen met jezelf te maken, maar ook met het weer. Dat blijft altijd uitdagen”
Volgens Jakob blijft het daarom interessant. Tijdens lange trainingen ontdekt hij nieuwe routes waardoor hij elke keer op nieuwe plekken komt. De sport blijft zo altijd een beetje prikkelend.
De sport kost wel veel tijd volgens Jakob. Na zijn werk gaat hij vaak direct naar de training bij Aquilo waar zijn vrouw ook hardloopt. Op zondag staat er vaak een lange duurloop op het programma
“Dan ben ik vaak de hele ochtend en een deel van de middag weg. Na zo’n lange loop heb ik ook nog weinig puf over”
Maar tijdens de wedstrijden wordt duidelijk waar hij het voor doet. Een ultraloop draait volgens hem niet alleen om het hardlopen, maar ook om doorzettingsvermogen. Dat ontdekte hij tijdens de zestig van Texel.
“In het begin liep je over het strand met de wind mee,” vertelt hij. “Rond kilometer 35 kreeg je de wind vol tegen. Er stond een hoge windkracht en dat maakte het enorm zwaar.”
De omstandigheden putten hem volledig uit. Toen hij kilometer 48 bereikte, speelde één gedachte steeds opnieuw door zijn hoofd: stoppen.
“Ik heb serieus overwogen om uit te stappen,” zegt hij. “Maar ik dacht ook: de kans dat je nog een keer zo’n zestig kilometer loopt, is klein.”
Uiteindelijk besloot hij door te gaan. Zijn wil bleek sterker dan de vermoeidheid.
“Op zo’n moment is het een kwestie van wilskracht.”
Juist daarom beschouwt hij die wedstrijd als een van zijn grootste persoonlijke overwinningen in het hardlopen. Niet omdat hij een snelle tijd liep, maar omdat hij zichzelf wist te overtuigen om door te gaan toen opgeven de makkelijkste keuze leek.
Voor beginnende ultralopers heeft hij dan ook eenvoudig advies. Volgens hem moet de motivatie van binnenuit komen.
“Je moet het vooral heel leuk vinden,” zegt hij. “En onderweg genoeg eten en drinken. De motor moet blijven draaien. Anders wordt het heel lastig om de eindstreep te halen.”
Na meer dan vijfentwintig jaar hardlopen zijn records en tijden voor Jakob minder belangrijk geworden. Wat hem blijft motiveren, is de combinatie van vrijheid, uitdaging en het overwinnen van zichzelf. Iedere ultraloop is een nieuw gevecht met afstand, omstandigheden en vermoeidheid. Juist dat maakt het voor hem de moeite waard om steeds opnieuw aan de start te verschijnen.

