ZUTPHEN – Verdachte Richard van B. wordt ervan verdacht zijn ex-vrouw te hebben gestalkt, terwijl hij vastzat voor het seksueel misbruik van zijn dochter. Nadat zijn ex-vrouw het contact had verbroken, ging de belaging ook vanuit de gevangenis door. “Wij leven in een hel”, aldus het slachtoffer.
Deze middag staat in het teken van de strafzaak van Richard van B. uit Barneveld. Een stalkingszaak waarbij de verdachte zijn ex gestalkt zou hebben. De eis van het OM is TBS met dwangverpleging. Verdachte van B. beroept zich vaak op zijn zwijgrecht deze zitting, wat de zaak moeilijk maakt.
Stalking in de vorm van appen, bellen, bellen via derden en zelfs dreigementen. Daarvoor zit Van B. vandaag in het rechtsgebouw. Hij zou dit jarenlang gedaan hebben bij zijn ex-vrouw. Toen de verdachte vastzat voor een zaak over huiselijk geweld en het misbruik van zijn dochter, ging de belaging door. Slachtoffer mevrouw O. is niet bij de zitting aanwezig. Dit is voor haar te confronterend na de stalking en dreigementen die hebben plaatsgevonden.
De houding van de verdachte
Verdachte Van B. leek zich niet erg proactief voor te doen. Oogcontact vermijden en antwoorden als “Ik weet het niet meer” en “geen idee” omschrijven de houding van de verdachte. Ook toen de rechtbank de feiten besprak, reageerde Van B, niet-wetend. Telefoonnummers die tijdens het stalken gebruikt waren en op zijn naam staan, deden bij deze verdachte nog geen belletjes rinkelen. Volgens het politierapport zou de verdachte medegedetineerden hebben aangezet tot geweld tegen het slachtoffer. Dit zou hij gedaan hebben door geld en sieraden aan te bieden. Ook hierop kwam geen reactie van de verdachte. Hij zegt langere tijd niets, tot hij plots de volgende woorden sprak: “De jongens daar zijn niet mals”. Hiermee geeft hij aan dat het geen pretje was in de gevangenis en zich onveilig voelde.
Woorden van het slachtoffer
In het spreekrecht van het slachtoffer geeft zij via een zelfgeschreven brief aan hoe het misbruik van hun dochter en de stalking een grote impact hebben gemaakt. “De kinderen durven niet meer naar buiten”. Ze eindigt de brief met het verzoek dat Van B. psychische hulp krijgt en ze wenst geen contact meer met hem te hebben, ook namens de kinderen.
Uit een PBC-rapport blijkt een hoog risico op herhalend gedrag en vermoedens van psychopathologie. De aanwezige deskundige geeft aan dat zij, mede door de gebrekkige medewerking van de verdachte, nog geen advies kunnen uitbrengen.
Pleidooi en vonnis
Tijdens het pleidooi van de advocaat wordt ingegaan op de stalking vanuit de gevangenis. Van B. zou namelijk slachtoffer zijn geworden van misbruik en roddels binnen de gevangenis. Hij was niet iemand met aanzien en “Ze hebben hem als hyena’s als prooi gekozen” volgens de advocaat. Dit sluit aan met de eerdere woorden van de verdachte over de sfeer in de gevangenis.
De rechtbank vindt dat er onvoldoende aanleiding is voor TBS en dat er te weinig bewijs ligt voor de ‘roddels’ van de medegedetineerden. Het vonnis luidt daarom een contactverbod van drie jaar met zijn ex en kinderen en een celstraf van één jaar. Omdat de verdachte al twee jaar onder voorarrest vastzat, hoeft hij niet meer terug de cel in. De rechtbank hoopt dit zo snel mogelijk op papier te krijgen.
