Taisiia Proshak was 15 toen ze moest vluchten uit haar woonplek in Oekraïne. Door de oorlog was het gebied niet meer veilig. Inmiddels woont ze al 4 jaar in Slochteren.
“Is frambozenthee goed?” vraagt Taisiia. In de eetzaal hangt een prettige sfeer, en het is erg rustig. In het gebouw, wat eerst diende als het gemeentehuis in Slochteren, wonen ongeveer 120 Oekraïense vluchtelingen. Veel van hen zijn naar werk of school. Taisiia Proshak woont hier inmiddels al 4 jaar, samen met haar 2 broertjes, moeder, oma en tante. Haar vader is in Oekraïne gebleven om voor hun kerk te zorgen, en ziet ze elke 6 weken.
Sinds de Russische invasie op 24 februari 2022 voor Poetins ‘speciale militaire operatie’ zijn inmiddels zo’n 4,7 miljoen Oekraïners gevlucht naar andere delen van Europa. Daarvan zijn ongeveer 120.000 naar Nederland gevlucht. Taisiia was toen 15, en zat in haar laatste jaar van de middelbare school in Zaporizja.
Was er een toenemende verwachting van een mogelijke oorlog, of was het plotseling?
“Voor mij was het plotseling. Ik denk dat we er allemaal wel aan gedacht hebben, maar we wilden het niet geloven. Er is sinds 2014 eigenlijk al oorlog in Oekraïne, in de Krim, Donetsk en Loegansk. Maar omdat dat niet veel invloed had op ons, voelde het niet alsof we in een oorlogssituatie zaten. In het begin was iedereen bezorgd en werd er hulp aangeboden, maar in de loop van de tijd raakten we eraan gewend.”
Doordat de vader van Taisiia oude vrienden had uit zijn studententijd in Nederland, kregen ze de mogelijkheid om met hun kerkgemeenschap, van zo’n 60 mensen, naar Nederland te vluchten. De eerste paar weken verbleven ze in Polen, in een vluchtelingenkamp. “Bij de grens van Polen en Oekraïne, hebben we geen stempel gekregen om aan te geven dat we het land hadden verlaten. Onze ouders waren daarom erg bang dat een van ons gekidnapt zou worden, dat gebeurde namelijk best vaak. Daarom mochten we het gebouw niet verlaten”, vertelt ze. Na hun verblijf in Polen werden ze 2 weken in Amsterdam opgevangen. Daarna gingen ze naar het voormalig gemeentehuis.
Hoe lang dacht je dat je hier zou verblijven?
“2 weken. In mijn rugzak had ik 1 spijkerbroek, 2 T-shirts en een jas. Maar toen kwamen er nog 2 weken bij, en nog 2 weken… en nu ben ik hier al 4 jaar.”
Taisiia zit in haar 2e jaar van een Oekraïense studie, die ze online volgt. Ze wil namelijk docent Engels worden. Ook denkt ze eraan om volgend jaar een studie in Groningen te volgen. Ze houdt zich veel bezig met vrijwilligerswerk; Oekraïense kinderen helpen met Nederlands leren, en in ziekenhuizen Oekraïense mensen helpen met vertalen.
Zie je een toekomst hier?
“Dat vind ik een moeilijke vraag. Ik ben bang om iets op te bouwen op een vaste plek, ik maak liever plannen op de korte termijn. Het ligt er gewoon aan wat ik in het moment wil. Misschien word ik morgen wakker en weet ik dat ik terug wil naar Oekraïne, en dan doe ik dat. Maar op dit moment kan ik hier meer mensen helpen.”
Denk je dat je bang bent om teleurgesteld te worden?
“Ik denk het wel. Teleurgesteld dat ik plannen had die niet uit zijn gekomen. Toen ik 15 was, begon ik net met relaties opbouwen, ik was bijna volwassen, ik was bezig met het laatste jaar van de middelbare school. En toen ineens moest ik helemaal opnieuw beginnen. Ja, ik denk dat ik gewoon niet teleurgesteld wil worden.”
Dus je leeft vooral in het moment?
“Ja. Ik denk dat mijn ouders mij deze mindset hebben gegeven. Mijn vader is in Oekraïne gebleven omdat hij daar meer mensen kan helpen. Ik ben daar erg trots op. En de reden dat ik hier ben is omdat ik hier meer mensen kan helpen. Ook durf ik nog niet terug te gaan naar Zaporizja, aangezien daar nog steeds elke dag bommen vallen. En als ik hier de kans krijg om veilig te zijn, waarom niet? Ik ben dankbaar dat we die kans hebben gekregen.”

