Stefan van Dinther (Den Bosch, 1969) kreeg dertig jaar geleden naamsbekendheid in de internationale stripwereld met het tijdschrift Eiland, dat hij samen met zijn vriend Tobias Schalken opzette. Sinds de laatste uitgave van Eiland in 2010, werkt Stefan onder andere aan zijn eigen strip Man & Kerel. 7 mei verschijnt hiervan een nieuwe deel in zowel het Nederlands als Frans. Van Dinther geeft ook sinds 1998 les aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) in onder andere het vak Beeldsequentie. Maar vraag hem wat zijn werk is, en het antwoord klinkt beslist: ‘Stripmaker.’
‘Mijn vrouw was gisteren jarig,’ zegt Stefan terwijl hij twee bordjes appeltaart op zijn werkplek zet: een grote eettafel in de woonkamer van zijn huis in Hilversum. Het is er een gezellig zooitje; bovenop iedere kast in de kamer reiken de stapels strips, boeken en speldozen tot aan het plafond. ‘De tafel is nu leeg, maar als ik hier werk vult het zich vrij snel met mappen en tekeningen,’ vertelt een kauwende Van Dinther.
Bovenop de boekenkast achter hem staat een latex Obelix-pop van twintig centimeter hoog met op zijn rug geen menhir maar een stapel Asterix-stripjes. Ernaast een boek met traditionele Japanse prenten en een papieren gevouwen modelletje van een brutalistisch flatgebouw. Er staat een piano in de hoek – bedolven onder boeken – met een Lego Minecraft set op de kruk. Als een pak verse sneeuw ligt elk horizontaal vlak in de woonkamer bedekt met papier.

Veel kunstenaars en schrijvers hebben een eigen werkruimte, waarom teken jij aan de eettafel?
‘Ik werk graag in mijn eigen omgeving. Toen ik in Amsterdam woonde had ik een tijdje een eigen atelier, op vijf minuten lopen van mijn huis. Toch merkte ik dat ik vaak thuis werkte en niet naar het atelier ging, haha. Het voordeel van mijn werk is dat er geen verfspatten bij komen kijken, en ik heb weinig materiaal nodig – zelfs geen ezel.
Er zijn schrijvers die graag in een rumoerig café werken, anderen hebben opperste concentratie nodig. Dat verschilt per persoon.’
Volgens je vrouw Simone blijf je als je werkt altijd aanspreekbaar, maar wie jouw werk leest, zou dat niet zeggen. Dat lijkt niet te zijn gemaakt door iemand in een ruimte waar de tv aanstaat en de afwas wordt gedaan.
‘Ik werk in fases en ik puzzel veel met mijn werk. Dan teken ik wat, dan ga ik knippen en schuiven, en dan denk ik na onder de douche of in bed: wat wil ik nu weer uitproberen? Ik neem de tijd om het te laten bezinken – het speelt altijd in mijn achterhoofd, dus niet alleen op het moment dat ik het teken.’
In een interview met stripblad Zone 5300 in 2011, vertelde je dat je juist nooit nadenkt over je werk en het plot van je strips. Is dat veranderd?
‘Nou nee – ik denk nog steeds niet echt vooruit, haha. Ik ben alleen bezig met waar ik op dat moment ook op papier mee bezig ben.’
Na een lange pauze: ‘Weet je, je kan van tevoren structureren en achteraf structureren. De meeste mensen plannen vooraf: die bedenken het verhaal en werken het plot uit zodat hun verhaal een bepaalde structuur heeft. Pas als ze die structuur hebben, gaan ze het uitwerken. Ik doe het andersom – in het begin werk ik vanuit intuïtie en pas later denk ik: wat ben ik nou in godsnaam aan het vertellen?’

Ineens draait Stefan zich om en haalt een multomap tevoorschijn. Hij bladert door de plastic hoesjes. In sommige hoesjes zitten complete pagina’s, anderen zitten vol uitgeknipte tekeningetjes van Man of Kerel. Van Dinther heeft naar eigen zeggen een hekel aan opschetsen en inkten. Hij tekent liever hetzelfde poppetje tien keer opnieuw, om dan de beste versie uit te knippen en op de pagina te plakken.
Vind je het belangrijk dat je werk speels is?
‘Ja, zeker. Je moet er ook lol in hebben, toch? Als ik eerst een heel verhaal zou moeten bedenken en dan nog honderd pagina’s moet uitwerken en inkten, dan wordt het bijna werk.’ Na een lachsalvo: ‘Het klinkt raar, maar ik wil mijn strips ‘licht’ houden.
Ik zit graag tussen de ‘hoge kunst’ en ‘lage kunst’ in. Ik hou van zowel Lucky Luke als Picasso – ik zeg maar wat. Of het Japanse avant-garde manga-tijdschrift Garo, daar zaten soms verhalen tussen waar ik echt niks van begrijp, haha. Dat vind ik ook fijn – strips hoeven niet makkelijk te zijn.’
7 mei ligt zijn nieuwe boek van Man & Kerel in de winkel – Nu Kerel & Man. Zowel het Franstalige Fremók als het Nederlandse Oogachtend geven het uit, op de cover staan de namen van de twee hoofdpersonages in vijftien talen: van 男と男 tot Cara e Homem. De vorige Nederlandse en Franse Man & Kerel-boeken hadden een oplage van respectievelijk duizend en vijftienhonderd. ‘Nog lang niet uitverkocht,’ volgens Stefan.
Ben je tevreden met hoe je boeken verkopen?
‘Het zou leuker zijn als ik grotere oplagen had, maar daar pas ik mijn werk niet op aan. Ik kijk liever naar mijn eigen drive en waar mijn lol zit.
Als ik van mijn strips zou moeten leven, dan moet ik kijken naar wat de markt wil en hoe ik mijn werk daarop afstel – terwijl ik het veel leuker vind om door te kachelen in mijn eigen universumpje.’
Op de vraag hoe hij gemotiveerd blijft zonder grote verkoopcijfers blijft het even stil. Dan begint hij te glunderen – ‘Tja, het is gewoon leuk.’
Lachend vervolgt hij: ‘Het mooie aan kunst is dat je het mag maken zonder dat je daar een reden voor hebt, omdat je het simpelweg wil. Ik vind het een voorrecht dat ik dingen kan doen zonder praktisch nut. Je hoeft je nooit te vervelen, ik denk nooit ‘nou is het genoeg geweest.’
Of Stefan denkt dat dat gevoel nog lang blijft? ‘Ik ben er niet bang voor dat het uitdroogt – ik merk dat ik het alleen maar leuker vind worden.’