De twee rivaliserende voetbalclubs, C.V.V.O. en VV Lemmer staan op het punt van fuseren, maar wat zou dit voor gevolgen kunnen hebben? Daan de Jong, speler bij CVVO, heeft voor beide clubs gevoetbald en vertelt zijn verhaal en blik op de toekomstige fusie van de twee verenigingen. “Het is eigenlijk heel uniek.”
Voor Daan de Jong (24) uit Lemmer is voetbal nooit zomaar een hobby geweest. “Het is wel echt een groot deel uit mijn leven,” vertelt hij. Al sinds zijn vijfde staat hij op het veld, en in de jaren daarna ontwikkelde hij zich niet alleen als speler, maar ook als persoon. Wat zijn verhaal bijzonder maakt, is dat hij bij beide clubs uit het dorp heeft gespeeld: zowel bij CVVO als bij VV Lemmer.
Zijn voetbalverhaal begint bij CVVO, waar hij vanaf jonge leeftijd voetbalt. Toch verloopt zijn pad niet zonder tegenslagen. “Op een gegeven moment werd er gezegd: de hele selectie gaat door, behalve Daan. Jij bent niet goed genoeg.” Hij herinnert zich nog goed wat dat met hem deed. “Al mijn vrienden gingen door en ik niet. Dan ben je een jaar of elf, twaalf, en dat komt wel binnen.” Het zorgt ervoor dat hij een keuze moet maken. “Ik heb de stap niet geheel vrijwillig gezet,” zegt hij daar nu over. Uiteindelijk vertrekt hij naar VV Lemmer, de andere club in het dorp. Een overstap die destijds gevoelig lag, zeker onder leeftijdsgenoten. “Dan merk je dat je een jaar of twaalf bent. En dan vinden die kinderen het allemaal raar dat je daarheen gaat voetballen. En dan word je voor alles uitgemaakt.”
Toch blijkt die overstap achteraf waardevol. Waar CVVO volgens De Jong bekendstaat om verzorgd en aanvallend voetbal, leerde hij bij VV Lemmer een andere kant van de sport kennen. “Ik vergelijk het zelf altijd met Ajax en Feyenoord,” legt hij uit. “Bij CVVO ligt de nadruk op mooi voetbal, terwijl het bij VV Lemmer meer draait om hard werken en strijd.” Die werkmentaliteit blijkt een belangrijke toevoeging. “Maar daar win je op een gegeven moment de oorlog ook niet mee,” zegt hij over puur mooi voetbal. “De ontwikkeling die ik heb doorgemaakt is dat ik al goed kon voetballen, en nog steeds kan. Alleen doordat ik een paar jaar ‘hard voetbal’ bij VV Lemmer heb gespeeld, ben ik completer geworden.”
De rivaliteit tussen de twee clubs speelde in die tijd nog een grote rol. “Van verhalen van vroeger is de rivaliteit wel heel erg hoog,” vertelt de 24-jarige Lemster. Die spanning was niet alleen voelbaar op het veld, maar soms ook daarbuiten. “In wedstrijden ging je niet 100%, maar 200%. Dan kwamen er ook wel eens opstootjes. Dat hoort er misschien bij, tot op zekere hoogte.” Dat wordt ook bevestigd door zijn moeder en ploeggenoten.
Soms ging het echter wel te ver. “Dat er dan echt gevochten werd in een wedstrijd. En dat ouders dan langs de lijn met elkaar stonden te vechten,” zegt hij. “Dat slaat natuurlijk nergens op.” Volgens hem had dat ook te maken met cultuurverschillen. “Dan zie je toch wel dat het bij VV Lemmer wel iets anders is.” Tegenwoordig is die rivaliteit een stuk minder aanwezig. “Dus de rivaliteit is wel met de jaren steeds minder geworden,” zegt hij. Spelers en supporters zoeken elkaar nu juist vaker op, bijvoorbeeld langs de lijn of in de kantine. “In een dorp ken je elkaar toch allemaal.”
Na enkele jaren bij VV Lemmer keert Daan uiteindelijk terug naar CVVO. Ook dat verloopt niet zonder commentaar. “Natuurlijk zitten er altijd een paar rotte appels tussen. Die er dan wel van alles van maken: ‘Hoezo ga je nou weer weg? Wie denk je wel niet dat je bent? We zoeken je op.’ Maar uiteindelijk gebeurt dat allemaal niet. Dat is allemaal grootspraak, maar dat maakt wel onzeker op je zestiende.” Bij zijn terugkeer vindt hij opnieuw zijn plek, zowel sportief als sociaal. “Wij voetballen nu al zo’n vijf jaar als een echt vriendenteam met die jongens,” vertelt hij. Het teamgevoel en de onderlinge band zijn voor hem minstens zo belangrijk als de prestaties op het veld. Ook buiten het veld ziet Daan vaak zijn ploeggenoten. “Het zijn echt mijn maatjes.”
Toch blijft de onderlinge spanning soms voelbaar, zeker wanneer hij tegen zijn oude club speelt. “Toen werd het wel een schopfestijn, zeg maar. Dat was minder leuk. Ze hadden het echt op mij gemunt.” Hij kijkt er nuchter op terug. “Ja, ik vind dat wel wat overdreven, maar dat vond ik toen wel lastig. Maar dat komt ook omdat je dan nog jong bent.”
Nu staan CVVO en VV Lemmer voor een nieuwe fase: een fusie. Voor Daan voelt dat als een logische ontwikkeling. “Ik denk dat het een goede ontwikkeling is voor Lemmer als dorp,” zegt hij. Volgens hem is het bijna onvermijdelijk, gezien de grootte van het dorp en het aantal spelers. Toch plaatst hij ook kanttekeningen bij het proces. “De manier waarop het gaat, daar ben ik het niet helemaal mee eens,” zegt hij kritisch.
Ondanks die twijfels over het proces, maakt Daan zich weinig zorgen over de sportieve gevolgen. “Verder denk ik niet dat het heel veel uitmaakt dat de clubs bij elkaar komen,” legt hij uit. Volgens hem zijn de verschillen tussen spelers en teams tegenwoordig kleiner dan vroeger, en is de onderlinge acceptatie groter. Sterker nog, hij ziet vooral kansen. “Ik denk dat het alleen maar beter wordt. Dat je straks één club hebt waar goed voetbal wordt gespeeld. Dat tegenstanders denken: daar moeten we niet heen.” Hij glimlacht: “Want daar wordt altijd goed gevoetbald.”
Als hij terugkijkt op zijn eigen route tussen beide clubs, ziet hij een bijzondere parallel met de huidige situatie. “Dus ik ben eigenlijk al de fusie in mijn eentje begonnen,” zegt hij lachend. “Ik ben zelf heen en weer gegaan, en nu komt het allemaal samen.”