“Ik heb net echt goed nieuws gekregen in het ziekenhuis!” is het eerste wat Julian Schönberger (22) zegt. Hij is nu weer bijna een week thuis, nadat hij een week in het Frisius Medisch Centrum heeft doorgebracht. Hij werd gediagnosticeerd met long-, huid-, bot- en leverkanker. “Het is ineens heel snel gegaan.”
“Wat voor nieuws heb je gekregen in het ziekenhuis?”
“Mijn LDH-waarde is alweer gedaald!”
“LDH-waarde?”
“Ja! Dat is de waarde die aangeeft hoeveel kanker je in je bloed hebt. Voor een normaal mens ligt die rond de 200. Toen ik het ziekenhuis in werd gebracht, had ik een waarde van 3700. Vandaag had ik een LDH-waarde van 560!”
Julian had twee maanden geleden last van een melanoom op zijn hoofd. Dat is een kwaadaardige vorm van kanker die ontstaat uit moedervlekken. Toen deze succesvol was weggehaald, was de rust wedergekeerd. Alleen bleek niets minder waar. “Het was op een dinsdagmiddag, volgens mij. Ik weet er niet zoveel meer van. Maar ik begon bloed te hoesten en had zoveel pijn dat ik meteen mijn moeder heb gebeld. Daarna ben ik gelijk meegenomen naar het ziekenhuis.”
“Wat was jouw eerste reactie?”
“Dit gaat helemaal mis. Het ging ook allemaal zo snel, omdat de urgentie hoog was.”
“En de reactie van je moeder?”
“Ja, die was nog meer in paniek dan ik. Ik heb tegen haar gezegd dat ze rustig moest blijven. Het komt allemaal wel goed.”
Nu is Julian weer thuis en het gaat stukken beter. “Ik heb weer eetlust en ik zit goed in mijn vel. Dat komt vooral door deze jongens!” Hij wijst naar een doosje medicijnen dat in een mandje ligt, tussen misschien wel vijftien andere doosjes met medicatie. “Deze BRAF-pilletjes doen echt wonderen voor mij.”
“Slik je al deze pillen?”
“Ja, dat moet!”
“En hoeveel van die BRAF-pilletjes?”
“Kijk, ik heb wel een formulier voor je met wat ik elke dag inneem.”
Er komt een mandje op tafel, met daarbij vijf A4’tjes met bijwerkingen en hoeveel innames Julian moet doen van elk medicijn. Van de ‘magische’ BRAF-pilletjes neemt Julian er zes per dag. “Deze pillen zijn het tweede stadium van mijn genezing. Het eerste stadium sloeg niet aan.” Verder staan op deze lijst bijvoorbeeld ook morfinepillen. “Deze verzachten de pijn. Hiervan mag ik er ook zes per dag. Dat is wel grappig, want als de politie mij hiermee op straat aanhoudt, kunnen ze denken dat ik ze doorverkoop.”
Julian haalt veel steun uit zijn zus en moeder. “Wat wel fijn is, is dat mijn zus op 100 meter van hier woont. Dus als het niet goed gaat, of als ik me verveel, kan ze altijd langskomen. Ik kan het ook heel goed met mijn zus vinden. We hebben een sterke band en zij begrijpt me goed.” Zijn moeder zorgt ook goed voor hem, maar soms vindt Julian dat zwaar voor haar. “Het klinkt misschien raar, maar dat ik ziek ben, vind ik erger voor mijn moeder dan voor mijzelf. Dat heeft ook met het verleden te maken. Mijn opa is namelijk ook overleden aan kanker.”
“Hoe is de band met je vader?”
“Die spreek ik niet en dat hoeft ook niet. Hij weet niet eens dat ik kanker heb. Dat vertel ik hem pas als het in een ver stadium is. Het blijft wel mijn vader.”
“En hoe gaan andere mensen ermee om?”
“Mijn vrienden behandelen mij eigenlijk hetzelfde als voorheen. Ze komen hier gewoon chillen, dat is gezellig. Alleen zie ik wel minder mensen.”
“En als je op straat loopt?”
“Mensen kijken je soms wat raar aan. Dat is ook niet gek, maar daar trek ik me niks van aan. Ik doe mijn ding en weet wat er aan de hand is.”
Volgens Julian is de stijgende lijn ingezet. Het gaat goed met de medicijnen en hij probeert dit nu te combineren met lichttherapie, het eerste stadium van de behandeling. Daarna wil hij de BRAF-pilletjes afbouwen om te kijken hoe het dan gaat. “Eigenlijk mag je die pillen en die therapie niet combineren, maar er is een arts in Amsterdam die weleens buiten de lijntjes kleurt, en de resultaten waren goed.” Er is ook een nieuwe methode die binnenkort wordt geïntroduceerd in Groningen, maar daar moet Julian niet aan denken. “Ik ben geen proefkonijn. Test die dingen eerst maar op andere mensen, daarna sta ik er wel voor open.” Als het aan Julian ligt, is het leven nog niet klaar.
“Ben je bang voor de dood?”
“In het begin wel. Het is iets wat meespeelt. Het is natuurlijk een heftige ziekte en er zijn ook veel mensen die aan melanomen overlijden. Mijn arts zei: ‘Het broodje staat nu rechtop. Als het naar links valt, leef je, en als het naar rechts valt, is het voorbij.’ En het valt nu naar links. Maar ik heb wel gedacht: er is een kans dat het fout gaat.”
“Heb je dingen die je nog graag zou willen doen?”
“Ik heb daar eigenlijk nog niet echt over nagedacht. Je hebt zoveel andere dingen aan je hoofd. Maar als ik er zo over nadenk: ik zou ooit nog eens naar Zweden willen, de natuur daar zien. Dat lijkt me echt mooi.”
“Heb je nog een boodschap voor mensen die dit lezen?”
“Blijf jezelf energie geven. Je moet er positief in staan. Als je alleen maar negatief bent, reageert je lichaam daar ook op. Focus op het positieve nieuws in plaats van alleen op de tegenslagen. Daar haal je kracht uit.”