Theo loopt de vierdaagse op klompen; ‘’Gewoon goed intapen en zoveel mogelijk eelt kweken.’’

Je hoort hem al van ver aankomen. Tussen het gesleep en gedreun van de voeten van de leerlingen die na de bel de stenen trap af rennen, is een luid gebonk te horen. Klossend, met een tas over een schouder, springt hij de laatste tree naar beneden. ‘’Hoi, ik ben Theo.’’

 Zijn gewoonte om op houten klompen door het leven te gaan ontstond bij een van de vele tractorevenementen die hij met zijn opa bezocht. ‘’Dat komt doordat mijn opa tractoren heeft; hij neemt me dan mee naar die evenementen. Die zijn vaak in het thema van vroeger, dus ook met klompen.’’

Zijn in klompen gestoken voeten zien rood van de kou. Zelf zegt hij daar geen last van te hebben. ‘’Zonder sokken loopt veel fijner, en ik krijg toch nooit koude voeten. Zelfs in de winter, met die sneeuw van even geleden, had ik het niet koud.’’

Het vak van klompen maken en het product zelf zijn benoemd tot immaterieel erfgoed, en toch dreigt het vak uit te sterven. Er zouden nog maar vier of vijf klompenmakers zijn in Nederland. Naar schatting maken die 200 duizend klompen per jaar. Dat klinkt veel, maar ten opzichte van negen miljoen draagklompen die in de negentiende eeuw werden uitgesneden, is het niets. De meeste paren van het schoeisel worden vandaag de dag door toeristen als souvenir aangeschaft. Er zijn nog maar weinig mensen die dagelijks op klompen lopen. 

‘’Al vanaf zijn tweede’’ vertelt Gaby Bakker, zijn moeder, enthousiast. ‘’Hij weigerde nog op iets anders te lopen. We hebben één keer een poging moeten doen, omdat de basisschool hier in Heveren, waar hij op zat, vond dat hij met Koningsdag echt op sportschoenen moest meedoen. Ze waren tien minuten bezig met de sportdag, toen ik werd gebeld of ik alsjeblieft z’n klompen wilde komen brengen. Hij heeft zelfs een korte periode op bootcamp gezeten in het dorp, ook op klompen.’’

De vijftien jaar oude Theo van Pinxteren strekt zijn in klompen gestoken voeten voor zich uit. Het hout van de schoen is verweerd en afgeleefd van het vele lopen. Dit jaar loopt hij op precies die klompen de Nijmeegse Vierdaagse. ‘’Als ik de Vierdaagse gewoon zou lopen, zou het voor mij moeilijker zijn, omdat ik al mijn hele leven op klompen loop. Lopen op schoenen ben ik niet gewend. Ik moet voor gym weleens schoenen aan en dan heb ik echt zoiets van: ja, loopt niet fijn.”

Maar een wandeltocht van veertig kilometer is wel wat anders dan elke dag op klompen op school verschijnen. Theo heeft een goede reden waarom hij dit jaar de Vierdaagse loopt. ‘’De laatste dag van de Vierdaagse sta ik altijd met mijn moeder voor het Radboud langs de kant. Dan heb ik altijd een oranje shirt aan waarop staat: ik loop voor het Amalia. Dan moet ik ook maar eens voor het Amalia Kinderziekenhuis gaan lopen.’’

‘’Met de kinderen die op dat moment in het ziekenhuis liggen, en die naar buiten kunnen en mogen, met bed, met rolstoel, net wat mogelijk is, halen wij de lopers binnen,’’ vertelt Gaby Bakker. Ze werkt bij het Amalia Ziekenhuis en maakt samen met de kinderen papieren bloemen en medailles om tijdens de wandeltocht aan de lopers te geven. ‘’De kinderen genieten er ook heel erg van. Voor hen is het even een dagje niet in het ziekenhuis, even een dagje feest, muziek en iets anders.’’

Die ellenlange tocht loopt hij met een QR-code die mensen kunnen scannen. Op die manier kunnen ze doneren voor het Amalia Kinderziekenhuis ‘’Ik hoop in ieder geval duizend euro op te halen, maar meer is altijd mooi. Vorig jaar hadden ze ook een tiener meelopen. Die had ook duizend euro als doel, maar hij is uiteindelijk met tweeëndertigduizend geëindigd.’’

Om op 24 juli uiteindelijk de finish te halen en zijn eerste vierdaags kruisje in ontvangst te nemen, is Theo al hard aan het trainen. ”Neem bijvoorbeeld afgelopen maandag, toen ben ik van school naar huis gelopen,’’ vertelt hij vol trots. ‘’Dat is zo’n elf kilometer.’’ Veel ervaring heeft hij nog niet met lange wandeltochten. ‘’Vorig jaar heb ik de Airborne gelopen, ook op klompen. Dat was tien kilometer. Qua blaren was het toen minimalistisch. Bij de vierdaagse verwacht ik wel wat meer blaren te lopen.’’ Zijn tactiek: ‘’Goed intapen en zoveel mogelijk eelt op de voeten kweken.

Het moeilijkste wordt, denk ik, de eerste of de tweede dag, wanneer we over een lang stuk dijk moeten lopen met niets eromheen. En de Zevenheuvelenloop natuurlijk. Dat gaat omhoog en omlaag en weer omhoog. Veel mensen stoppen daar.’’

Ondanks de uitdagingen schat Theo zijn kans om de finish te halen vrij groot in ‘’Ik ben goed aan het trainen en ik krijg veel support onderweg. De hele familie, collega’s van familie, de hele weg zal ik mensen tegenkomen. Ik heb de keuze natuurlijk zelf gemaakt, dus we gaan er volledig voor.

Gewoon finishen, dat is het doel. En natuurlijk zo veel mogelijk geld ophalen voor het Amalia.’’ Hij glundert bij het idee dat hij het gehaald heeft. ‘’Dan is het weer een prestatie in het leven, iets waar ik later met plezier aan kan terugdenken. Het is een hele ervaring.’’ Als de Vierdaagsefeesten aan bod komen, begint hij te lachen. ‘Dat trek ik daarna niet meer, hoor.’’

Na een vrolijk gedag klost hij naar de fietsenstalling. Die elf kilometer naar huis heeft hij maandag al gelopen. Nu sprint hij met klompen en al op zijn e-bike en racet ervandoor.

Foto: Pexels

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *