“Ik ben toch slim? Waarom haal ik dit niet?” Evie over hoogbegaafdheid en stereotypes 

Een jongetje met een bril dat heel erg goed kan leren. Dat is het algemene beeld dat er is van hoogbegaafde mensen. In de realiteit is dit beeld te simpel en niet altijd de waarheid. Door dit stereotypische beeldwordt hoogbegaafdheid regelmatig op latere leeftijd ontdekt bij mensen die niet in dit plaatje passen. Evie Aink, studente pedagogische wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, kwam er zelf pas in klas vier van de middelbare school achter dat ze hoogbegaafd is. Volgens haar speelt dit stereotype ook een rol in het feit dat hoogbegaafdheid bij meisjes vaak later wordt ontdekt dan bij jongens. Tijdens de week van de hoogbegaafdheid wordt hier aandacht voor gevraagd, met als doel om meer kennis te verspreiden en deze vooroordelen en stereotypes te doorbreken 

Evie wist op de basisschool al dat ze beter kon leren dan de meeste leerlingen. “Als er een plusprogramma was mocht ik daar eigenlijk altijd aan meedoen.” Ze kreeg extra opdrachten naast de lesstof. In plaats van de normale opdrachten zoals een dictee, mocht ze Spaans leren. Ook hielp ze vaak andere klasgenoten als ze zelf klaar was met haar werk. “Ik ging dan andere klasgenootjes helpen met rekenen in plaats van dat ik moeilijkere dingen ging leren.” Ondanks deze verschillen kreeg ze in de vierde klas van de middelbare school pas een officiële test voor hoogbegaafdheid. 

Deze test kreeg ze omdat ze last had van klachten. “Ik had een periode waarin ik heel snel hoofdpijn kreeg en heel snel overprikkeld was.” In eerste instantie dacht ze dat ze ziek was en ging ze naar de dokter. Haar moeder kwam uiteindelijk met het idee dat het wel hoogbegaafdheid kon zijn. “Ik wist al dat ze slim was, maar door die klachten heeft ze uiteindelijk de stempel gekregen”. Uit deze test bleek dat Evie inderdaad hoogbegaafd is. 

Vanuit haar sociale omgeving heeft Evie niet het idee dat er hogere verwachtingen zijn. Deze hoge verwachtingen die vaak met hoogbegaafdheid geassocieerd worden komen eerder vanuit haarzelf dan vanuit andere mensen. “Bij hoogbegaafdheid hoort ook heel erg faalangst. Ik denk dat dat komt omdat hoogbegaafde kinderen het niet gewend zijn om iets niet te kunnen. Wanneer dit dan wel zo is wordt dat gevoel alleen maar erger.” Haar ouders spelen hier helemaal geen rol in. “Zij zouden nooit zeggen: Dat had je moeten halen, want je bent hoogbegaafd.” Toch is ze zelf wel kritisch als iets niet lukt. “Dan denk ik: ik ben toch slim? Waarom haal ik dit niet?” 

Op de middelbare school was dit gevoel minder. Toen hoefde ze vrijwel geen moeite te doen om een toets te halen. “Als ik iets niet haalde, was dat omdat ik er geen moeite voor had gedaan. Dan vond ik het ook logisch en maakte het me niet zoveel uit. Nu ze op de universiteit zit is dit anders. Hier moet ze wel echt energie stoppen in het leren voor haar tentamens. “Dan heb ik echt veel moeite gedaan en haal ik het niet. Terwijl ik de stof wel gewoon ken.” 

Naast een hoog IQ zijn er ook nog andere kenmerken van hoogbegaafdheid. Zo zegt Evie dat ze ook hoogsensitief is en dit ervaart ze als een voordeel. “Daardoor kan ik mensen vaak goed aanvoelen. Hoe ze zich voelen en wat ze willen bijvoorbeeld.” Volgens haar maakt dit sociaal contact een stuk makkelijker. Hoogbegaafdheid wordt volgens haar minder snel herkend dan bijvoorbeeld ADHD of autisme. Daardoor krijgen kinderen die hoogbegaafd zijn niet altijd de hulp die zij nodig hebben. Ze denkt dat dit bij haar ook het geval is geweest. “Als ik op de basisschool al de kwalificatie hoogbegaafdheid had gekregen had ik meer hulp kunnen krijgen.”  

Dit kan je vooral zien door haar ervaring met de doorstroomklas. In groep acht mocht ze hier niet aan deelnemen omdat haar basisschool docenten dit onnodig vonden. In het eerste jaar van de middelbare schoolwerd ze vrijwel direct toegelaten. “Die mensen zeiden dat ik het jaar ervoor dat ook had gemogen en dat ik er ook echt wat aan gehad had.”  

Evie vindt het zonde dat er een stereotypisch beeld is van hoogbegaafde mensen. “Omdat ik gewoon met mijn werk bezig was in plaats van schreeuwen of vragen om hulp viel ik niet op.” Terwijl ze wel hulp had kunnen gebruiken. Ze had meer kunnen leren als ze deze extra kansen wel had gekregen.  

Een vriendin van Evie geeft aan dat zij weinig merkt aan de hoogbegaafdheid van Evie, maar dat het haar wel moeilijk lijkt om hoogbegaafd te zijn na het horen van de klachten die ze destijds had.  

Ze denkt ook dat ze hier lang niet de enige in is. “Ik denk dat een heleboel mensen eigenlijk onder hun kunnen presteren. Omdat ze gewoon hun werk doen en zich dan wel vermaken. Zelf ging ik klasgenootjes helpen met rekenen als ik klaar was met mijn eigen werk. In plaats van dat ik moeilijkere dingen ging leren.” Doordat ze zichzelf ging aanpassen werd het niet gezien dat ze de stof makkelijk vond.  

Evie heeft een duidelijke mening over de stereotypes en vind dat er wat aan gedaan moet worden. ‘Ik denk dat er door het stereotypische beeld best veel gemist wordt. Als er meer aandacht komt voor de verschillende soorten hoogbegaafdheid, kan dit veel vaker en makkelijker herkend worden.” 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *