16 mei 2026

Djoeke kreeg een lintje, maar zag haar inzet altijd als vanzelfsprekend

Het lintje wordt op Djoekes jas gespeld.(Foto: Eigen Foto)

De 80-jarige Djoeke Postma-de Jong uit Surhuizum kreeg onverwacht een Koninklijke onderscheiding voor haar jarenlange inzet voor het dorpsleven. Al meer dan dertig jaar zet ze zich vrijwillig in voor verenigingen en activiteiten in het dorp.

Toen de burgemeester van Achtkarspelen, Jouke Douwe de Vries bij haar thuis in het Friese dorpje Surhuizum op de stoep stond, dacht Djoeke Postma-de Jong eerst dat er iets anders aan de hand was. “Huh, wat doet u hier?”, was haar eerste reactie. Haar dochters hadden haar verteld dat ze “een leuke dag weg” zouden gaan. Nog altijd moet ze lachen als ze eraan terugdenkt. “Ik dacht nog: is er iemand jarig?”

Pas toen de burgemeester haar uitnodigde voor het gemeentehuis, begon het besef langzaam binnen te dringen. Daar kreeg de 80-jarige Surhuizumer een Koninklijke onderscheiding voor haar jarenlange inzet voor het dorpsleven. “Ik had het nooit verwacht. Het moet allemaal nog even landen.”

“Ik heb gewoon mijn dingen gedaan,” zegt ze nuchter. Juist die bescheidenheid is opvallend. Meer dan dertig jaar zette ze zich vrijwillig in voor haar dorp: als redactielid, fotograaf en eindredacteur van het dorpsblad De Grutte Gelf, als begeleider van het Surhuisterkoor en als penningmeester van begrafenisvereniging De Laatste Eer.

Lindjesregen in Achtkarspelen (Foto: Eigen foto)

Vooral dat laatste maakte diepe indruk op haar. Toen ze in 2009 begon als penningmeester, kreeg ze een enorme stapel papieren administratie mee naar huis. “Ik kreeg een bestand op papier waar ik maanden mee bezig ben geweest.” Meer dan duizend leden moesten handmatig in de computer worden gezet. Een enorme klus, maar stoppen kwam niet in haar op. “Dat moest gewoon gebeuren.”

In die jaren zag ze hoe belangrijk een lokale uitvaartvereniging is voor een dorp. Niet alleen financieel, maar vooral sociaal. “Er komt een moment dat we allemaal een plek nodig hebben,” vertelt ze rustig. “Dan is het mooi dat dit in het eigen dorp samen geregeld kan worden.”

Het werk bracht haar ook dicht bij verdriet. Nabestaanden bedanken de vereniging vaak voor de opvang en nazorg na een overlijden. Vooral tijdens de jaarlijkse Lichtjesdag voelt ze hoe belangrijk verbondenheid in een klein dorp kan zijn. Families ontmoeten elkaar op de begraafplaats, steken lichtjes aan bij de graven en praten daarna samen verder in de kantine. “Dan merk je hoeveel mensen aan elkaar hebben.”

Toch zegt ze dat ze het verdriet niet altijd makkelijk naast zich neer kon leggen. “Soms neem je dat wel mee naar huis.” Juist daarom probeerde ze altijd aandachtig en warm te blijven naar mensen toe. Volgens haar draait vrijwilligerswerk uiteindelijk niet om grote woorden of erkenning, maar om simpelweg aanwezig zijn wanneer iemand je nodig heeft.

Ook bij De Grutte Gelf draaide het volgens haar om verbinding. Onder het pseudoniem ‘Sibbeltsje Sipelsop’ schreef ze jarenlang herkenbare stukjes voor het dorpsblad. Verhalen over het dagelijkse leven, gebeurtenissen in het dorp en soms een kleine knipoog naar haar dorpsgenoten. Zelfs nu helpt ze samen met haar man nog mee met de verspreiding van het blad.

In ruim dertig jaar zag ze het dorpsleven veranderen. Mensen hebben het drukker, verenigingen vinden moeilijker vrijwilligers en contact verloopt steeds vaker digitaal. Toch denkt ze dat de behoefte aan verbondenheid hetzelfde is gebleven. “Mensen willen toch graag ergens bij horen.” Aan jongeren die twijfelen over vrijwilligerswerk heeft ze een simpele boodschap: begin gewoon klein. “Je weet nooit wat je kunt verwachten.” Zelf had ze ook nooit gedacht dat haar inzet ooit zou leiden tot een lintje. “Ik heb er nooit over nagedacht, ik heb gewoon mijn eigen ding gedaan.”

Related Post

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *