Door: Sophie Smit
Eenzaamheid is het gevoel waarmee Ellen haar depressie omschrijft. “Ik voelde me geïsoleerd en opgesloten,” zegt ze. Steeds meer jongeren hebben met een depressie te maken, volgens het World Hapinness Report. Met als grootste oorzaak sociale media. Voor Ellen begon het in 2020, toen de coronapandemie uitbrak en scholen massaal overstapten op online lessen. In deze periode merkte ze vooral hoe sterk ze het contact met anderen miste. “Vanaf dat moment ging het eigenlijk alleen maar bergafwaarts”
Dat gevoel van isolatie werd steeds sterker. Ellen voelde zich vooral eenzaam en merkte dat ze veel in haar eigen hoofd zat. “Je gaat steeds meer nadenken en dingen groter maken. Omdat je alleen op je kamer zit en niemand hebt om het echt mee te delen, behalve je gezin” Ook dagelijkse dingen werden moeilijker. Sociale contacten onderhouden lukte nauwelijks meer, en ze zorgde slecht voor zichzelf. “Ik at weinig, kwam niet uit bed en sliep soms heel veel. Ik had ook extreem veel schermtijd.”
Voor Ellen lag de grootste oorzaak van haar depressie bij de coronaperiode, al denkt ze dat sociale media haar gevoelens wel hebben versterkt. Volgens haar krijg je online constant het idee dat ze op jonge leeftijd al van alles bereikt moet hebben. “Je ziet overal mensen die succesvol, gelukkig of perfect lijken en daar ga je jezelf mee vergelijken,” vertelt ze. Daardoor ontstaan snel gevoelens van onzekerheid. “Je denkt al snel: waarom lukt het mij niet, of waarom ben ik nog niet zover?”
Ook voor Ellen haar familie was dit een moeilijke periode. “Ik deed de mensen om me heen veel verdriet met het feit dat ik depressief was” Dit gaf Ellen het gevoel dat ze anderen tot last was, waardoor ze nog dieper de put in raakte. Op een gegeven moment leek zelfmoord de beste oplossing. “Ik dacht dat ik anderen dan niet meer tot last zou zijn en daarnaast was ik dan ook van mijn eigen ellende af. Ik had geen energie meer om er daadwerkelijk een oplossing voor te zoeken”
Maar Ellen gaf niet op. Toen de samenleving weer meer openging, zocht ze opnieuw contact met vriendinnen en stapte naar een psycholoog. “Dat is mijn grootste hulp geweest,” Ze volgde EMDR-therapie en kreeg in totaal zestien weken begeleiding. “Dat heeft me er echt bovenop geholpen. Ik zou iedereen aanraden om hulp te zoeken, ook al is dat heel moeilijk.”
Niet alleen professionele hulp speelde een belangrijke rol in haar herstel, ook haar omgeving maakte een groot verschil. Familie en vrienden probeerden haar beter te begrijpen en gingen anders met haar om. Waar haar vader eerst nog zei dat ze “gewoon moest doorgaan”, vroeg hij later juist hoe het écht met haar ging en of bepaalde dingen nog wel lukten. Dat begrip gaf Ellen het gevoel dat ze er niet alleen voor stond.
Stap voor stap merkte ze dat het beter ging. “Ik had weer een sociale batterij. Ik kon weer lachen, afspreken met vriendinnen en naar buiten gaan. Ik kreeg mijn energie terug en kon beter voor mezelf zorgen.” Dingen die eerst onmogelijk leken, werden langzaam weer onderdeel van haar dagelijks leven. Ook de sfeer thuis verbeterde. “De band met mijn familie werd weer beter en het werd voor de mensen om me heen ook fijner om te zien dat het langzaam beter ging” Inmiddels kijkt Ellen anders naar haar leven dan tijdens die donkere periode. “Ik heb nu een vriend, leuke sociale contacten en ik voel me weer gelukkig.”

