Tussen de gele korenbloemen staan de bijenkasten opgesteld van imker Martijn Rubingh. “Van de zes volken waarmee ik de winter inging, zijn er drie overgebleven,” vertelt hij. “En eentje daarvan was ook nog heel zwak.” Voor veel Nederlandse imkers klinkt dat herkenbaar. Volgens cijfers van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging verloor Nederland afgelopen winter ongeveer 40 procent van de honingbijenvolken. In een gezonde situatie ligt de wintersterfte rond de 10 procent. Tegelijkertijd staat ongeveer de helft van de wilde bijensoorten in Nederland op de rode lijst. Sommige soorten zijn ernstig bedreigd, andere dreigen volledig te verdwijnen.
De achteruitgang van bijen is inmiddels meer dan een probleem van imkers alleen. Bijen bestuiven wilde planten, fruitbomen en landbouwgewassen. Zonder bestuivers verandert niet alleen het landschap, maar ook de voedselproductie.
Een landschap vol gif
Volgens de Bijenstichting vormen bestrijdingsmiddelen nog altijd een van de grootste bedreigingen voor bijen. Vooral insecticiden zoals neonicotinoïden veroorzaken de meeste schade. Deze middelen zijn ontworpen om insecten te doden en maken daarbij geen onderscheid tussen schadelijke insecten en bestuivers. Aan de Universiteit Leiden onderzoekt universitair docent ecologie en ecotoxicologie Henrik Barmentlo hoe vervuiling zich verspreidt door ecosystemen. Hij bestudeert onder andere de effecten van pesticiden op insecten, vogels en bodemleven.
“Bestrijdingsmiddelen zijn bedoeld om een plaag te doden,” zegt hij. “Dat bijen daar ook slachtoffer van worden, is een onbedoeld neveneffect,” zegt Barmentlo. Volgens Barmentlo ontstaat de blootstelling op verschillende manieren. Bijen kunnen rechtstreeks door een pesticidewolk vliegen, maar vaak gebeurt het subtieler. Sommige middelen worden opgenomen door de plant en komen terecht in nectar en stuifmeel. “Dan nemen bijen het gewoon via hun voedsel binnen,” aldus Barmentlo.
“Wat het probleem ingewikkeld maakt, is dat pesticiden zich veel verder verspreiden dan het landbouwveld waarvoor ze bedoeld zijn. Via wind, regenwater en verdamping komen stoffen in sloten, natuurgebieden en zelfs grondwater terecht. Van sommige pesticiden blijkt meer dan 90 procent uiteindelijk niet op de plek te blijven waar het oorspronkelijk werd gespoten,” vertelt Barmentlo.
‘Veilig’ betekent niet onschadelijk
Een veelgehoorde gedachte is dat middelen die zijn goedgekeurd automatisch veilig zijn. Volgens Barmentlo klopt dat beeld niet helemaal. “Veel veiligheidstesten gebeuren in laboratoria,” legt hij uit. “Maar dat is niet hetzelfde als de werkelijkheid buiten. In de natuur krijg je mengsels van stoffen, verschillende weersomstandigheden en langdurige blootstelling. Daardoor blijken middelen die in theorie veilig leken later toch schadelijke effecten te hebben op insecten en ecosystemen.”
Tegelijkertijd komen er steeds meer alternatieven. In kassen worden steeds vaker natuurlijke vijanden ingezet, zoals lieveheersbeestjes en sluipwespen, om plagen te bestrijden. Ook experimenteert de landbouwsector met precisietechnologie, zoals robots die onkruid met lasers verwijderen. Maar volgens Barmentlo zit het probleem dieper. “Wij hebben gigantische velden met één gewas. Dan is het logisch dat plagen ontstaan. Het hele landbouwsysteem is ingericht op grootschaligheid.”
Wilde bijen
In het publieke debat gaat het vaak over honingbijen, maar biologen maken nadrukkelijk onderscheid tussen honingbijen en wilde bijen. Honingbijen worden gehouden door imkers en zijn in zekere zin landbouwdieren. Wilde bijen zoals hommels, zandbijen en metselbijen leven zelfstandig in de natuur.
Juist met die wilde soorten gaat het slecht. “De varroamijt wordt vaak genoemd als dé oorzaak van bijensterfte,” zegt een woordvoerder van de Bijenstichting. “Maar wilde bijen hebben helemaal geen last van die mijt, terwijl ook zij hard achteruitgaan.” Volgens de stichting spelen pesticiden, voedselgebrek en klimaatverandering samen een grote rol. Door intensieve landbouw verdwijnen bloemrijke bermen en variatie in het landschap. Voor veel bijen is er simpelweg te weinig voedsel beschikbaar.
Daar komt extreem weer bovenop. Warme winters en natte lentes verstoren de levenscyclus van hommels. Droge zomers zorgen ervoor dat bloemen minder nectar produceren. Bijen moeten daardoor meer energie steken in het verzamelen van voedsel. “Als het extreem droog is, moeten ze soms vijf keer zoveel bloemen bezoeken voor dezelfde hoeveelheid nectar,” zegt de Bijenstichting.
De strijd van de imker
Voor imkers blijft vooral de varroamijt een dagelijkse vijand. De parasiet nestelt zich in het broed van honingbijen en verzwakt complete volken.
De Groningse imker Martijn Rubingh zag het van dichtbij gebeuren. “Die mijt infiltreert in de eitjes en haalt voedingsstoffen uit de bijen. Uiteindelijk stort zo’n volk in.”
Naast deze bekende parasiet ziet hij ook nieuwe dreigingen ontstaan. Een daarvan is de Aziatische hoornaar, een invasieve exoot die bijen voor de kast wegvangt. “We hebben dus last van de Aziatische hoornaar. Die trekt nu helemaal vanuit Brabant omhoog, en die maken elk jaar nesten. En van één nest komen al 40, 50 nesten meer.” De impact op imkers onderling is groot. “Er was ook een imker waarvan alle volken zijn gestorven en wij hebben hun een van onze volken gegeven,” vertelt Rubingh.
Volgens hem ligt er ook een rol voor de overheid, bijvoorbeeld in het beheer van bermen en graslanden. “Als je het gras aan één kant alleen al hoog zou laten, zouden daar meer insecten kunnen groeien en dus meer bloemen kunnen groeien. En dat is eigenlijk voor alles goed. En dat is dan puur omdat ik dan toevallig die inkijk heb omdat ik imker ben en ik wil dat mijn bijen het goed doen natuurlijk. Ik snap dat andere mensen daar niet echt over nadenken.”
Ook probeert hij zijn werk zo ethisch mogelijk te houden. Hij laat een groot deel van de honing in de kast zitten zodat de bijen voldoende voedsel behouden voor de winter. “Je kunt als imker maximaliseren voor winst, maar wij willen ook dat het goed gaat met de bijen zelf.”
Toekomst
Ondanks de sombere cijfers zien deskundigen ook verbeteringen. Rondom sloten gelden inmiddels spuitvrije zones en moderne spuittechnieken verminderen de verspreiding van pesticiden. Gifvrije planten, bloeiende bermen en tuinen met variatie helpen bestuivers direct. “Als je de juiste planten neerzet, zie je onmiddellijk meer bijen,” zegt de Bijenstichting.
Toch blijft de vraag hangen of die kleine veranderingen voldoende zijn tegenover een landbouwsysteem dat nog altijd sterk afhankelijk is van chemische bestrijding.