5 juni 2026
Naomi Goedhart
Foto: Gemeente Amsterdam

Door: Carice van Laar

Op een woensdagochtend tijdens de schoolvakantie kreeg Naomi Goedhart een herseninfarct. Twee van haar drie kinderen waren op kamp en de derde bij zijn vader. Ze was bezig haar veters te strikken en van plan nog te gaan hardlopen voordat ze haar zoon zou ophalen.  “Ik had helemaal niet door wat er gebeurde, ik dacht dat ik gewoon heel moe was van vakantie met drie kinderen.”

 Ineens lag Naomi op de grond en kon ze geen kant op, de linkerkant van haar lichaam deed het niet meer, maar dit had ze niet door, omdat het propje in haar brein haar bewustzijn aantastte. “Ik had bedacht dat ik naar de bank zou kruipen en me daar zou kunnen optrekken, dan zou ik kunnen hardlopen. Blijkbaar heb ik daar drie uur over gedaan, maar dat had ik helemaal niet door.” Ze hoorde de buren in de tuin, maar toen ze overwoog om te roepen vond ze zichzelf een aansteller. “Ik zou zo wel weer kunnen staan.” Toen Naomi maar niet kwam om haar zoon op te halen is hij toch maar naar haar huis gefietst. Hier vond hij haar op de grond.

“Mijn zoon belde zijn vader, die hoorde meteen dat er iets aan de hand was, omdat ik heel raar praatte, met een dubbele tong.” Hij heeft toen meteen 112 gebeld en de hulpdiensten waren er in tien minuten. “Toen de verpleegkundige mij vertelde dat ik een hersenbloeding of herseninfarct had gehad, werd ik pas bang.” 

In het ziekenhuis werd het propje uit haar brein gehaald en werd ze vierentwintig uur in de gaten gehouden. Omdat de blokkade nu was opgeheven, herstelde ze heel snel. “Mijn lijf luisterde niet goed naar me, daardoor verloor ik vaak mijn evenwicht en met mijn linkerhand was het moeilijk om dingen te pakken. Maar eigenlijk ging dat gaandeweg al gauw beter.” 

Naomi was net uit elkaar met de vader van haar kinderen en woonde pas een half jaar in haar nieuwe woning. “Ik was zo blij dat ik een eigen huis had en een leuke baan, waardoor ik goed voor mezelf en mijn kinderen kon zorgen. Toen ik een herseninfarct kreeg, was ik bang dat ik die zelfstandigheid zou verliezen. Ik vond het moeilijk dat ik niet wist of ik weer terug zou gaan naar wie ik was.”

“Er hoort ook wel verdriet bij, dat mag er zijn.”

Na 3 weken in een revalidatiecentrum te hebben gezeten mocht Naomi weer naar huis. Hier moest ze het ineens allemaal weer zelf doen. Hiernaast zorgde ze voor de helft van de tijd ook voor haar drie kinderen. De dagbesteding was soms wel nog moeilijk in te schatten.

Dingen die andere mensen dagelijks doen, zoals boodschappen halen, werden ineens niet meer haalbaar. “Ik weet nog dat ik heel graag zelfstandig boodschappen wilde doen, terwijl ik dat eigenlijk normaal gesproken helemaal niet leuk vind. Een vriendin bood me toen aan om boodschappen te bestellen, dan kon ik het toch zelf doen.”

Al vrij snel kon Naomi haar normale leven weer rustig oppakken en zelfs weer aan het werk. “Ik geloof dat ik niet echt een depressieve aanleg heb, want ik heb nooit gedachtes gehad als ‘ik zie het leven niet meer zitten’, of ‘waarom gebeurt mij dit?’.” “Meestal hoor je dat dit soort dingen met je levensstijl of fase te maken hebben, maar bij mij was het gewoon botte pech, dit kan iedereen gebeuren.” 

Iets positiefs dat Naomi zich kan herinneren aan die tijd is de hoeveelheid mensen die aan haar denken en van haar houden. “Ik werd echt overspoeld met kaartjes en bloemen.”

“Ik weet nu wel dat als je altijd maar bezig bent met teruggaan naar wie je was, je eigenlijk voorbijgaat aan wat er met je is gebeurd. Je wordt ook niet meer wie je was, omdat dit met je is gebeurd.”

Related Post

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *